MENU
< TERUG

ACTUEEL

Overweging Vredeszondag 16 september 2018
Verrezen Christuskerk, Dordrecht.

17 september 2018

“Wie zeg jij dat ik ben?” is een prikkelende vraag van Jezus aan zijn leerlingen die zeggen dat ze Hem kennen. De vraag daagt hen uit om hun beelden van Hem weer te geven. Volgens mij zit er nog iets meer achter. Het wijst op hun houding jegens Hem en andere mensen. In de gevangenis waar ik werk wordt de vraag “Wie zeg jij dat ik ben?” niet of nauwelijks gesteld, tenzij een enkele keer bij wijze van uitdaging, zo van: “Kom maar op!”. Maar je voelt dat het tot de sterkste vragen behoort die in de harten van mensen leeft. Tenslotte wil een mens gekend worden om wie hij of zij is; niet als hoe een ander wil dat hij of zij is, of, erger nog, om als pispaal te fungeren voor de vooroordelen van anderen. Het is een vraag die je kwetsbaar maakt, want die vraag houdt voor gedetineerden het risico in geconfronteerd te worden met vooroordelen, veroordelen, verwachtingen en falen.

In diezelfde kwetsbaarheid plaatst Jezus zichzelf met deze vraag. Hij, die zelfs geen steen heeft om zijn hoofd op te laten rusten, raakt de ander aan met zijn vraag “wie hij denkt dat Jezus is”. Hij daagt die ander uit om Hem zijn beelden en verwachtingen te laten zien. En grote beelden en verwachtingen zijn het! Hij wordt Elia genoemd, de profeet die het onrecht aanklaagde en zich daarmee bepaald niet populair maakte. Anderen zeggen één van de profeten. Profeten zijn de luizen in de pels van de gevestigde orde en van hen die tegen de geboden van God loochenen. Petrus zegt op het laatst: “U bent de Christus”, wat dat dan ook voor hem moge betekenen of inhouden! Als je Jezus zou zijn, dan zou je er bijna steil van achterover vallen, bang dat je nooit aan die verwachtingen kunt voldoen. Jezus reageert met gezag door de leerlingen te verbieden “met anderen hierover te spreken”. Juist hierin zit voor de toehoorders iets zeer confronterends, vanwege de vraag die je zou kunnen stellen: “Waarom dan niet? Ik heb toch iets goeds te zeggen, iets geruststellends, iets opbouwends?”. Ja, maar wel puur en alleen volgens je eigen belangen en normen als mens! Daar is Jezus niet voor gekomen! Hij is vervuld van zijn zending om Gods boodschap van liefde en recht voor alle mensen voor te leven, om zo onrecht en onvrede om te buigen tot recht en gerechtigheid voor iedereen.

Dat snijdt in het vlees van iedereen, van links tot rechts, van man en vrouw, van kind tot bejaarde, want dat confronteert iedere mens met de vraag: “hoe eerlijk en goed ben ik nou echt?”. Immers, we zijn maar beperkt en we hebben niet alle ruimte van de wereld om onze dagelijkse keuzes goed te maken zonder kleerscheuren voor wie dan ook. We willen leven, anders kunnen we ook niet mee-leven met een ander. We maken ook fouten, maar soms dekken we die het liefste toe. Het zijn vooraf gevormde beelden van de leerlingen en ze bevroegen Jezus er totaal niet over. Niemand die de vraag stelde: “Wie bent U?”. Het moeten daarom wel beelden zijn die stammen uit hun eigen vooroordelen en persoonlijke behoeften en belangen. Daar kun je Jezus mee voor jezelf “gijzelen”. Jezus doorziet dat en Hij wil niet door dat belang gegijzeld worden. Het zou Hem beroven van de vrijheid om te doen wat goed is in de ogen van God, door wie Hij gezonden is. Hij wil tot in de uiterste consequentie solidair zijn met “de minsten der mijnen”. Hij wil zelf voor zijn keuze instaan om zich te geven aan het ideaal dat God in zijn hart legt om een stad van vrede te bouwen. Hij wil vrij zijn om daar zelf de gevolgen van te aanvaarden. Het is zo gemakkelijk en vanzelfsprekend om te denken: “Oh, ik heb dat beeld van Hem, dus zo zal het wel zijn”.

In mijn werk kom ik het bijna dagelijks tegen, dat mensen worstelen met de beeldvorming die heerst rondom gedetineerden. Die beeldvorming is dwingend negatief en zit vaak ook in de gedetineerde zelf. Heeft een gedetineerde dan wel ruimte om eerlijk zijn eigen levensverhaal te vertellen, opdat hij er weer gewoon als mens naar voren kan komen? Dat vraag je je echt af! Laatst was er iemand van buiten aanwezig in de kerkdienst in de gevangenis, iemand die nog nooit een gevangenis van binnen had gezien. De preek was hem kennelijk goed bevallen. Zijn reactie was: “Hier kunnen zij vast nog wat van leren”. Ik dacht: “Pardon? Meen jij die mannen hier al te kennen? Weet jij wat zij denken en voelen, in welke situaties zij soms moesten denken en handelen, welke mogelijkheden ze hadden en welke niet, hoe zij zich voelen over wat er is gebeurd en wat ze hebben gedaan?”. Ik denk wel eens: bij mensen die echt wel eens onderuit zijn gegaan zit de gevangenis niet in het gebouw, niet in het fysiek opgesloten en afgezonderd zijn van de rest van de samenleving, maar in de mening en de vooroordelen van anderen. Daar waar je je fysieke gevangenschap feitelijk kunt afronden en verlaten, is mentale en sociale gevangenschap blijvend als burgers in de sociale omgeving vooroordelen koesteren en in beton gieten, zich niet open willen en durven stellen voor het levensverhaal van de ander, en voor de hoop en de pijn die in hem leeft. Jezus’ vraag: “Wie zeg jij dat Ik ben?” ligt, goed beschouwd, heel dicht bij: “Hou mij niet in de greep van jouw vooroordelen, geef mij de ruimte om weer opnieuw te leven en met jou mee te leven”.

In de gevangenis komt de vraag naar het weer-helemaal-mens-mogen-zijn pas echt naar voren. De mannen zitten er vanwege verschillende oorzaken. Voor het overgrote deel geldt dat ze er zitten door verkeerde keuzes, of anderszins niet weten hoe ze in hun situatie het hoofd boven water moeten houden. Zijn ze daarmee per definitie verkeerd? Je moest eens weten hoe hard er soms gebeden wordt tot God en gesmeekt wordt om hulp, om een uitgestoken hand! De hulpvragen die er leven worden je niet op een presenteerblaadje aangeleverd. We moeten soms heel goed luisteren, vragen en doorvragen, om daarmee de gedetineerde te kunnen helpen om zijn verhaal, zijn gevoelens en zijn visie op een goed leven weer op het spoor te komen. Een gedetineerde zei laatst: “Het feit dat er eens iemand echt naar mij luistert, onbevangen doorvraagt op wat ik vertel, en het vooral eens een keertje niet beter weet dan ikzelf, dat geeft mij het gevoel dat ik weer een beetje de greep op mijn eigen leven en verantwoordelijkheid kan nemen.” En zo willen wij proberen, vragenderwijs, om mensen weer zichzelf te leren ontdekken, hun eigen kracht en hun geloof in God en in het leven.

Mij raakt het dat in onze samenleving hele bevolkingsgroepen worden weggezet als gevaarlijk voor onze nationale identiteit vanwege geloof of afkomst, of als profiteurs en onecht worden bestempeld, omdat ze zijn gevlucht uit een land vol spanningen. Stemmingmakers op straat en op tv kunnen mensen op onderbuikgevoelens aanspreken en meekrijgen. Ik moet zelf ook uitkijken om geen “populist” te worden, in de zin van “onverdraagzaam naar de onverdraagzamen”. Een populist zet zich immers alleen maar af tegen een ander en kan zo geen vrede bouwen. En daarbij, ook onverdraagzaamheid heeft zijn sociale verhaal dat beluisterd moet worden, willen we tot vrede kunnen komen. Ik hoop maar dat het zo lukt om, in het spoor van Jezus, te vragen en te luisteren, opdat die ander tot zijn recht mag komen! Dat zou ware vrede kunnen zijn! Amen.

Ron Colin

Rooms-katholiek geestelijk verzorger

Penitentiaire Inrichting Dordrecht

Preek 27e zondag in jaar B: Marc. 10, 2-16. Het sacrament van het huwelijk.
7 oktober 2018
Preek 26e zondag in jaar B: Marc. 9, 38-48. Leidt je hand tot zonde? Hak hem af!
30 september 2018
Preek 24e zondag in jaar B: Marc. 8, 27-35. Jezelf verloochenen en je kruis op je nemen.
16 september 2018
Preek 23e zondag in jaar B: Marc. 7, 31-37. “Effeta, ga open!”
9 september 2018
Preek 22e zondag in jaar B: Marc. 7, 1-23. “Dit volk eert Mij met de lippen”
2 september 2018
Preek 21e zondag in jaar B: Joh. 6, 60. “Deze taal stuit ons tegen de borst”.
27 augustus 2018
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen