MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 22e zondag in jaar B: Marc. 7, 1-23. “Dit volk eert Mij met de lippen”

2 september 2018

De afgelopen vijf zondagen hebben we gelezen uit hoofdstuk 6 van het evangelie volgens Johannes dat handelt over de eucharistie, het hart van het katholieke geloof. Vandaag pakken we de draad uit het Marcusevangelie weer op en stappen we in een gesprek tussen Jezus en Farizeeërs over de Wet, het hart van het Joodse geloof.

In de eerste lezing legt Mozes aan het Joodse Volk uit dat het hebben van de Wet het Volk tot een uitzonderlijk Volk maakt. Immers, welk ander volk kan zeggen dat God zo nabij als het Volk van Israël? (Deut. 4, 7). Door het vervullen van de Wet laat het Volk aan de andere volken (en daarmee aan de wereld) de innerlijke wetmatigheid van God zien, en die innerlijke wetmatigheid is louter rechtvaardig, barmhartig en vol liefde. Zij laten daarmee God zelf zien. Parallel aan de Wet vormen zich in de loop der tijd allerlei gebruiken, tradities en gewoontes. Zoiets horen wij vandaag in het evangelie: “De Farizeeën en al de joden eten niet zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben (…) en komen ze van de markt, dan eten ze niet voordat ze zich gereinigd hebben” (v. 3-4). Dit staat niet letterlijk zo in de Wet. Het zijn menselijke tradities en gebruiken die bepaalde thema’s uit de Wet accentueren.

Hoe gaat dat met tradities: die komen en gaan. Vergelijk het met een boom. Wat maakt een boom tot een boom? Zijn het de bladeren? Nee, want in de herfst laten de bomen hun bladeren vallen. Zijn in de winter de bomen dan verdwenen? Nee, want de stammen en takken staan er nog. De boom in zijn basisvorm blijft bestaan, zowel in de zomer als in de winter. De stam en de takken blijven; de bladeren komen en gaan. Zo is het ook met de Wet. De bladeren zijn de tradities die komen en gaan; de stam is de basis. Wat is nu het probleem dat Jezus aansnijdt in het evangelie? De Farizeeën zien de bladeren aan voor het belangrijkste van de Wet in plaats van de stam en de takken. Er is niets mis met tradities rond de Wet, maar die tradities zijn niet de kern van de Wet. Het gevaar schuilt erin wanneer menselijke tradities het zicht op Gods Wet verduisteren en de Wet gaan overheersen. Dat is wat er gebeurt en daarom grijpt Jezus in. De Farizeeën leren mensenwet boven Gods Wet (v. 9).

Zo centraal als de Wet is voor de joden, zo centraal is de eucharistie voor de Kerk. En zoals er rond de Wet allerlei tradities ontstaan, zo is het ook met de eucharistie. De eucharistie, zoals wij die vieren, is in zijn uiterlijke vorm steeds veranderd. De ouderen onder ons kennen nog wel de mis, waarbij de priester met zijn rug naar het volk stond. Is de kern van de eucharistie veranderd? Nee. Er is een tekst bekend van de heilige Justinus de Martelaar (100-165), waarin hij rond het jaar 155, dus nog heel vroeg in het christendom, de eucharistie beschrijft. Als je die beschrijving leest, dan zal het je opvallen dat de basisstructuur van de eucharistie, zoals wij die nu vieren, al die eeuwen dezelfde is gebleven. Het hart van de eucharistie is nooit veranderd, maar bepaalde gebruiken rond de eucharistie wel. Ofwel: de stam en de takken zijn hetzelfde gebleven, maar de bladeren (tradities, gebruiken) komen en gaan.

Jezus leert ons vandaag: verwar het innerlijk niet met het uiterlijk. Hier ligt m.i. een deel van de oorzaak van de misbruikschandalen in de Kerk (en de doofpotcultuur). De buitenkant van de Kerk – de macht en de status van de Kerk – waren voor vele priesters en bisschoppen belangrijker dan de binnenkant van de Kerk: het lot en de waardigheid van kleinen en armen, met wie Christus zich identificeert (conform Mat. 25, 40). Vele priesters en bisschoppen verwisselden het uiterlijk met het innerlijk en konden zo hun duivelse gang gaan. Zij eerden Christus met de lippen, maar hun hart was ver van Hem. De slachtoffers van het misbruik hebben daar blijvende schade aan opgelopen. Paus Franciscus noemt dit in zijn brief naar aanleiding van de misbruikschandalen in Pennsylvania (te lezen op onze parochiewebsite). Nee zeggen tegen misbruik, schrijft de paus, is ook nadrukkelijk nee zeggen tegen elke vorm van klerikalisme. Klerikalisme ontstaat wanneer de Kerk louter met de buitenkant bezig is. Dat is een Kerk die opgaat in wereldlijke macht en vertoon. We horen het de apostel Jacobus vandaag in de tweede lezing zeggen: “zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is (…) zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld.” (Jac. 1, 27). De Kerk heeft zichzelf daarvan niet kunnen vrijwaren en behoeft dus zuivering naar hart en leden. Moge de paus in die missie slagen en moge hij zijn ferme woorden kunnen omzetten in helende daden.

Bidden wij dat God de slachtoffers van misbruik, binnen de Kerk én daarbuiten, nabij is. Dat Hij zijn Kerk zuivert van elke vorm van huichelarij, klerikalisme en genotzucht. Dat Hij zijn Kerk vrijwaart van besmetting van de wereld en zijn Kerk weer volledig doet richten op het evangelie van zijn Zoon, die ons verlost en bevrijdt. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek Ron Colin in kader van Vredeszondag
17 september 2018
Preek 24e zondag in jaar B: Marc. 8, 27-35. Jezelf verloochenen en je kruis op je nemen.
16 september 2018
Preek 23e zondag in jaar B: Marc. 7, 31-37. “Effeta, ga open!”
9 september 2018
Preek 21e zondag in jaar B: Joh. 6, 60. “Deze taal stuit ons tegen de borst”.
27 augustus 2018
Preek 20e zondag in jaar B: Spr. 9, 1-6. Gods wijsheid als overvloedige maaltijd.
19 augustus 2018
Preek hoogfeest Maria Tenhemelopneming 2018. De waardigheid van de mens.
18 augustus 2018
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen