MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 21e zondag in jaar B: Joh. 6, 60. “Deze taal stuit ons tegen de borst”.

27 augustus 2018

In de evangeliën leidt het optreden van Jezus vaak tot botsingen en problemen. Wat Hij zegt en wat Hij doet roept Hij bij menigeen weerstand en oppositie op. Dat zien we in elk van de vier evangeliën. Deze weerstand en oppositie komt tot een climax wanneer Jezus aan het kruis wordt genageld. Dan willen ze Hem definitief het zwijgen willen opleggen.

De lezing uit hoofdstuk 6 van het Johannesevangelie, waarmee we vier weken geleden zijn begonnen, sluiten we vandaag af. Volgende week pakken we de draad uit het Marcusevangelie weer op. Hoofdstuk 6 gaat over het mysterie van de eucharistie. Het begon op grootse wijze met de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging en de vele mensen die Hem volgen. Gaandeweg neemt de weerstand en de oppositie toe die het spreken van Jezus over zijn eigen lichaam en bloed oproept. De omstanders van Jezus zeggen: “Deze taal stuit ons tegen de borst. Wie is in staat naar Hem te luisteren?” (v. 60). Hoofdstuk 6 eindigt in mineur, als velen, inclusief een aantal leerlingen, om die reden zijn gezelschap verlaten (v. 66). Ook dat gebeurt nog steeds, gezien de massale kerkverlating.

Waarom verlaten veel mensen kerk en geloof? Omdat we onafhankelijk zijn geworden, wordt er gezegd. We hebben God niet meer nodig voor regen, voorspoed, goede oogsten, tegen ziekten, enzovoort. De wetenschap heeft de plek van God ingenomen en geeft ons de antwoorden op al onze vragen. Ik vraag me af of dit werkelijk de reden is van de kerkverlating. Heeft het niet veel meer met de persoon van Jezus te maken? We belijden Hem als God die mens is geworden. Dat maakt Hem uniek. Jezus is niet de zoveelste profeet of wijze leraar in een lange rij van profeten en leraren. Voor veel mensen is Hij wel een soort goeroe of leraar geworden. Dat is aanlokkelijk, want dan hoef je niet zo’n persoonlijk commitment met Hem aan te gaan. Je tot een aantal onderdelen van zijn leer verhouden is dan voldoende. Andere zaken kun je naast je neerleggen, zoals de Kerk.

Jezus wijst nergens expliciet naar zijn standpunten. Hij wijst consequent naar Zichzelf. Je bent óf voor Hem, óf tegen Hem. Het is alles of niets, zoals Hij dat zelf ook zegt in Luc. 11, 23. Er is bij Jezus geen tussenweg en dat stoot vele mensen tegen de borst. Een vol en levenslang commitment met Hem aangaan is voor velen teveel gevraagd. Het lukt vele mensen niet eens om met hun eigen partner een leven lang samen te zijn, dus laat staan met Jezus. Om die reden haken velen af. Een levenslange relatie met God in Jezus is voor veel mensen te beklemmend. Ze kiezen liever voor een leraar of een profeet waarbij ze kunnen kiezen in wat hij of zij leert en kunnen afhaken wanneer ze dat goeddunkt.

Het lijkt een harde opstelling van Jezus om het zo zwart-wit te stellen. Toch is het dat niet. Dat heeft namelijk alles te maken met wat Jezus aanbiedt, namelijk zijn vriendschap. “Ik noem u geen dienaars meer, maar vrienden”, zegt Hij (Joh. 15, 15). Je kiest een vriend toch niet voor een gedeelte, maar toch voor héél die persoon? Zo is het ook met Jezus. Vriendschap sluiten met Jezus is vriendschap sluiten met God. Het christelijke geloof draait in de eerste plaats om deze vriendschapsrelatie en niet om leerstellingen of dogma’s. Je gaat een relatie aan met God die mens is geworden in Jezus. Je hebt vriendschap met Hem als geheel, niet alleen met zijn ideeën of leerstellingen.

Dit aspect van vriendschap is enerzijds uniek aan het christendom en anderzijds ook zeer lastig. Vriendschap omhelst namelijk een claim. Als je vriendschap met iemand sluit en je zegt: ik wil je alleen zien wanneer ik je nodig heb; of: we spreken alleen af met Kerstmis; wat voor vriendschap is dat? Een echte vriend of vriendin is iemand die op de gekste momenten een beroep op je kan doen en omgekeerd. Als de vriendschap hecht is, dan heb je dat ervoor over. Wanneer Jezus dus zegt: eet mijn lichaam en drink mijn bloed, dan spreekt Hij de taal van bloedsbroeders. Dat is de taal van een zeer intieme en hechte vriendschap. Je hoort dat vaak bij vrienden of partners die zeer hecht zijn (tweelingen kennen dat ook): als de één iets overkomt, dan voelt de ander dat, alsof zij één zijn. Dát is de taal die Jezus spreekt en die velen helaas niet begrijpen en tegen de borst stuit.

Veel van zijn volgelingen verlieten Jezus, zoals ook velen op vandaag de Kerk verlaten. Zij willen die intieme vriendschap, die Jezus aanbiedt, niet aannemen. Johannes eindigt hoofdstuk 6 met een zeer persoonlijke vraag van Jezus aan Petrus én aan ons: “Wilt ook gij soms weggaan?” (v. 68). Het antwoord op die vraag is een graatmeter voor de intensiteit en de hechtheid van je vriendschap met God en zijn Kerk. Moge de slachtoffers van het misbruik in de Kerk, die in de Kerk geen vriend, maar een vijand hebben ervaren, nog wel in hun hart de nabijheid en vriendschap van de medelijdende God ervaren. Moge zij gehoord worden en recht worden gedaan. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek Ron Colin in kader van Vredeszondag
17 september 2018
Preek 24e zondag in jaar B: Marc. 8, 27-35. Jezelf verloochenen en je kruis op je nemen.
16 september 2018
Preek 23e zondag in jaar B: Marc. 7, 31-37. “Effeta, ga open!”
9 september 2018
Preek 22e zondag in jaar B: Marc. 7, 1-23. “Dit volk eert Mij met de lippen”
2 september 2018
Preek 20e zondag in jaar B: Spr. 9, 1-6. Gods wijsheid als overvloedige maaltijd.
19 augustus 2018
Preek hoogfeest Maria Tenhemelopneming 2018. De waardigheid van de mens.
18 augustus 2018
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen