MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 17e zondag in jaar B: Joh. 6, 1-15. De eucharistie volgens Johannes.

29 juli 2018

In het lezingenrooster van de Kerk zitten we nu in het zogenaamde B-jaar. Dat wil zeggen dat de evangelielezingen zijn genomen uit het evangelie volgens Marcus. Echter, Marcus is een kort evangelie, het heeft slechts 16 hoofdstukken. Ter vergelijk: Lucas heeft 24 en Mattheus heeft 28 hoofdstukken. Daarom wordt dit tekort aangevuld met lezingen uit het Johannesevangelie. Deze zondag en de komende vier zondagen lezen we uit hoofdstuk 6 van dit evangelie. Waarom hoofdstuk 6? Omdat het hierin gaat over de eucharistie.

In het Johannesevangelie ontbreken de instellingswoorden van Jezus: dat zijn de woorden die Jezus spreekt tijdens het laatste avondmaal, wanneer Hij brood en wijn neemt, God dankt, het brood breekt en het deelt met zijn leerlingen. Het zijn dezelfde woorden die de priester telkens herhaalt in de eucharistie. Deze woorden vinden we alleen bij Mattheüs, Marcus en Lucas. Dat wil niet zeggen dat Johannes nergens naar de eucharistie verwijst. Dat doet hij wel degelijk, en wel in hoofdstuk 6. We lezen de hele maand augustus uit dit hoofdstuk en ik nodig u uit om deze maand dit hoofdstuk in uw gebedsleven te betrekken. Lees er op een meditatieve manier uit. Het is geen toeval dat we dit hoofdstuk lezen in de maand augustus. Deze maand is vernoemd naar keizer Augustus, die keizer was van het Romeinse Rijk ten tijde van Jezus. De naam Augustus betekent “verhevene”. De Kerk wil ons in deze maand de vraag doen stellen: Wie is in mijn leven de ware Verhevene? Is dat de keizer (symbool voor al het aardse) of de Christus? Het antwoord moge duidelijk zijn.

Hoofdstuk 6 begint met het verhaal van het broodwonder. We worden al meteen in een bepaalde rompstand gezet. De eucharistie is in feite een broodwonder. Niet dat er op een wonderbaarlijke manier brood wordt vermenigvuldigd, maar wel dat wij telkens weer met nieuwe ogen naar het brood en de wijn van de eucharistie kijken en daarin de Christus, de ware Verhevene, herkennen. Johannes wil met dit verhaal onze blik zuiveren. Voordat we eucharistie gaan vieren, moeten we eerst de juiste bril opzetten. Zie je in Jezus een wijze leraar, een filosoof, een magiër of een wonderdokter? Zo ja, dan moet je dat beeld eerst loslaten. Jezus is namelijk geen wonderdokter of de zoveelste wijze leraar. Hij is God die mens is geworden, die gestorven is en uit de dood is opgestaan. Als je dit niet helder op je netvlies hebt, dan kun je niet volwaardig eucharistie vieren of volwaardig in een woord- en communieviering ter communie gaan. Dat is wat Johannes ons duidelijk wil maken.

Daarom roepen wij als pastoraal team op om voor aanvang van de mis of de woord- en communieviering stil te zijn. Als we naar de kerk komen, dan laten we het aardse even voor wat het is en richten we ons in stilte op het ware Verhevene. Stel jezelf dan de vraag: Waarom zit ik hier? Wie is Jezus voor mij? Volg ik Hem, net als de vele mensen in het evangelie, voor een wonder? Begrijp me niet verkeerd: we mogen God om een wonder vragen, maar weet wel dat wonderen nooit op zichzelf staan. Het gaat niet om het wonder, maar om Hem die het wonder verricht! Wonderen kunnen je verblinden en inhalig maken. Om die reden is de Kerk zéér zuinig met het erkennen van wonderen, zoals in Lourdes. Sinds de eerste verschijning in 1858 heeft de Kerk in Lourdes slechts 67 wonderen erkend. Zet dat eens af tegen de miljoenen mensen die Lourdes in die 160 jaar bezocht hebben! Het gaat niet om het wonder, maar om Hem die de Bron van elk wonder is.

Als je je, net als de mensen die getuige waren van het broodwonder, van Jezus meester wilt maken om Hem tot koning uit te roepen – dat wil zeggen: tot je persoonlijke huisdokter en wonderdoener – dat zal Hij zich van je terugtrekken (v. 15). Vergeet niet de woorden van Jezus: “Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u!” (Joh. 15, 16). Het is niet de bedoeling dat wij ons op een inhalige manier en uit eigenbelang van Hem meester maken. We komen hier om ons vaak zo trotste hart voor Hém te openen. Dat is geen blinde overgave, maar je met open ogen, open handen en open hart wenden tot de Bron van liefde en leven. Om die reden roept Paulus in de tweede lezing op om een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die wij van God hebben ontvangen, namelijk om elkaar op een deemoedige, zachte en lankmoedige, liefdevolle wijze te verdragen (Ef. 4, 1-2).

In de eucharistie verricht God geen wonder aan ons, maar in ons. Als wij in het Brood van de eucharistie de Christus herkennen, die Zich ten volle geeft aan ons, dan is het wonder geschied. Dat is wat we doen in een woord- en communieviering: we zien het Brood van de eucharistie en we vragen onszelf: is dat nog steeds de verheven Christus voor mij? Zo ja, dan gaat u ten volle en volwaardig ter communie. Zoals op deze warme en droge zomerdagen de planten dorsten naar water, moge wij zo dorsten naar de Bron van alle leven die zich ten volle geeft in de eucharistie. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 27e zondag in jaar B: Marc. 10, 2-16. Het sacrament van het huwelijk.
7 oktober 2018
Preek 26e zondag in jaar B: Marc. 9, 38-48. Leidt je hand tot zonde? Hak hem af!
30 september 2018
Preek Ron Colin in kader van Vredeszondag
17 september 2018
Preek 24e zondag in jaar B: Marc. 8, 27-35. Jezelf verloochenen en je kruis op je nemen.
16 september 2018
Preek 23e zondag in jaar B: Marc. 7, 31-37. “Effeta, ga open!”
9 september 2018
Preek 22e zondag in jaar B: Marc. 7, 1-23. “Dit volk eert Mij met de lippen”
2 september 2018
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen