Vraag over brood- en wijncommunie

Als pastoraal team krijgen we af en toe een vraag over de liturgie of over een theologische kwestie. Deze proberen we zo goed mogelijk te beantwoorden. Omdat wij denken dat ons antwoord ook voor anderen interessant kan zijn, willen we sommige antwoorden met u delen op onze website. 

Vraag: waarom mogen tijdens de eucharistieviering alleen de priester, de diaken en de acolieten uit de kelk met wijn drinken en de overige kerkgangers niet? De priester zegt immers toch in het eucharistisch gebed: "drinkt allen hieruit"?

Zoals de priester het zegt in het eucharistisch gebed is het conform de Heilige Schrift de bedoeling dat iedere gelovige onder beide gedaanten (brood en wijn) ter communie gaat. Zo is dat ook steeds gepraktiseerd tot ongeveer de twaalfde eeuw. Vanaf de twaalfde eeuw raakt de zogenaamde kelk-communie (het drinken van geconsacreerde wijn uit de kelk door de gelovigen) in onbruik. De belangrijkste reden daarvoor was het gegroeide inzicht dat Christus in elk van de beide gedaanten (brood zowel als wijn) volledig aanwezig is. Wanneer je alleen onder de gedaante van het brood óf de wijn ter communie gaat, dan ontvang je de gehele en volledige Christus en word je van geen enkele heilsnoodzakelijke genade beroofd. Enkel de brood-communie ontvangen, betekent dus dat je volledig aan de eucharistie hebt deelgenomen. Aan deze kerkelijke leer heeft Thomas van Aquino veel bijgedragen.

Wat ook een belangrijke rol speelde in het naar de achtergrond raken van de kelk-communie voor de gelovigen (de priester is altijd onder beide gedaanten ter communie blijven gaan), was de gegroeide devotie voor het eucharistische brood. Daaraan liggen meerdere oorzaken ten grondslag, zoals de leer van de transsubstantiatie en de - als gevolg daarvan - sterke nadruk op de aanwezigheid van Christus in het brood (“Terwijl Hij met hen aanlag, nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun de open open en zij herkenden Hem”; Luc. 24, 30-31 - hier wordt overigens alleen over brood gesproken). De hostie als Lichaam van Christus werd ter aanbidding uitgesteld in een monstrans (wat we nog altijd doen) en de priester zegende daarmee het volk (wat ook nog steeds gebeurt). Katholieken aanbidden geen brood, maar de Christus die tegenwoordig is in het geconsacreerde brood. Aanbidding geschiedt altijd met geconsacreerd brood, niet met geconsacreerde wijn. Dat zorgde ervoor dat de vroomheid rond de eucharistie zich concentreerde op het brood en niet op de wijn. 

Tot slot speelden (en spelen nog steeds) praktische redenen een rol. De hostie werd tijdens de communie door de priester op de tong van de gelovigen gelegd, terwijl iedereen van dezelfde kelk dronk. Dat laatste was niet altijd even hygiënisch. Ook was het, wat betreft de hoeveelheid wijn, een stuk praktischer voor de priester om alleen ter kelk-communie te gaan, want voor een volle kerk moet veel wijn geconsacreerd worden. Geconsacreerde wijn moet na elke mis opgedronken worden, want geconsacreerde wijn die overblijft, mag niet bewaard worden in het tabernakel (die is alleen bestemd voor geconsacreerd brood). Als er veel geconsacreerde wijn overblijft, dan was en is dat voor de priester altijd een probleem (de wijn is van een hoog alcoholpercentage). Als je weet dat je officieel op een nuchtere maag ter communie moet gaan, dan zorgt een grote hoeveelheid wijn op een nuchtere mag voor een lichte bedwelming. Kortom: wijn die eenmaal geconsacreerd is en overblijft, mag niet terug in de fles of door de gootsteen! Die moet opgedronken worden. 

De reformatoren wilden ten tijde van de Reformatie de kelk-communie weer in volle eer herstellen. Dat zie je tot op vandaag in de avondmaalsvieringen in protestantse kerken: de kelk met wijn (soms meerdere kelken) wordt door gelovigen aan elkaar doorgegeven en iedereen drinkt ervan. Echter, overgebleven wijn gaat bij protestanten (voor zover wij weten, corrigeer ons gerust) weer terug in de fles of verdwijnt in de gootsteen… Dat zal je in de RK kerk nooit zien! Dat is bij canoniek recht ten strengste verboden, op straffe van excommunicatie! 

Het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) heeft de communie onder twee gedaanten zoveel mogelijk herstelt en aanbevolen, maar heeft daar wel voorwaarden aan verbonden en het toezicht daarop neergelegd bij de bisschoppen. 

In onze parochie kun je onder twee gedaanten ter communie, maar dat doen we alleen tijdens doordeweekse vieringen in kerklocaties waar dat gebruikelijk is en een handjevol gelovigen komen. Dan volstaat namelijk één kelk met een niet al te grote hoeveelheid wijn. We laten de gelovigen dan alleen drinken uit de kelk en niet de hostie indopen in de wijn, zoals dat voorheen nog wel eens werd gedaan (de Heer zegt immers: neemt en drinkt hiervan; van indopen wordt in de Schrift niet gesproken). Voor een aantal parochianen maken wij, wat betreft dat indopen, een uitzondering, maar alleen als de pastoor daaraan zijn goedkeuring heeft gegeven. 

Pastoraal team

Parochie Heilige Theresia van Avila

scroll back to top