Preek 4e zondag 40-dagentijd (jaar B). 2 Kron. 36, 14-23. De woede van God.

We lezen vandaag uit het tweede boek Kronieken. De Kerk is zuinig met het lezen uit dit Bijbelboek. Niet omdat het een moeilijk boek is, maar omdat andere lezingen al snel de voorrang krijgen. Toch is het van grote geestelijke betekenis. In dit boek, en in bijzonder in het verhaal van vandaag, ligt een patroon verscholen dat typerend is voor heel de Bijbel. Dit patroon gaat over hoe God in relatie staat tot de mens en de mens in relatie tot God. 

Centraal staat het Volk Israël, dat door God is uitverkoren en geheiligd. Israël is apart gezet om een voorbeeld te zijn voor de rest van de wereld. Het moet de wereld laten zien wat het is om God als God te hebben. Daartoe is de Wet bedoeld, opdat de wereld Gods innerlijke wetmatigheid, gerechtigheid en barmhartigheid kan zien. Echter, het Volk heeft een probleem en dat probleem keert telkens weer terug in de geschiedenis van het Volk. In de eerste lezing wordt dit probleem bij de kraag gepakt: “De voornaamste priesters en het Volk maakte zich herhaaldelijk schuldig aan de gruweldaden van de heidenen en ontheiligden de Tempel van Jeruzalem, die aan de Heer gewijd was.” (2 Kron. 36, 14). Het probleem is dat Israël zichzelf niet als heilig gedraagt. Het is door God apart gezet om een contrast te vormen met de omringende volken. Maar wat doet Israël? Ze gaan op in de omgeving door allerlei heidense gebruiken over te nemen, tot aan de dienst in de Tempel toe. Israël ontheiligt zichzelf daarmee en verzaakt daarmee de roeping die het van God heeft ontvangen, namelijk om heilig te zijn, opdat andere volken ook geheiligd worden! 

Wat doet God? Geeft Hij het op? Nee, en dit is een belangrijk onderdeel van het patroon: God stuurt de ene gezant na de andere om het Volk op de juiste koers te krijgen. Deze gezanten zijn de profeten. Profeten zijn door God gezonden om het Volk bij te sturen. Maar wat doet het Volk met deze gezanten? “Zij verachten Gods gezanten en spotten met hun boodschap.” (2 Kron. 36, 16). Wat is daarvan de consequentie? “Zodat tenslotte de toorn des Heren genadeloos moest losbarsten over het Volk” (zelfde vers). Dat brengt me bij het thema van mijn preek: de toorn des Heren, de woede van God. We komen het op veel plekken in de Bijbel tegen. Vorige week lazen wij uit het evangelie hoe een woedende Jezus het voorhof van de Tempel schoonveegde (Joh. 2, 13-25). Hoe moeten we deze woede van God verstaan? Wel, we moeten het niet zien als een woede of frustratie zoals wij mensen wel eens zijn. De woede van God is niet als de woede van de mens. Gods woede is eigenlijk een passie! Namelijk een passie om zaken ten goede te keren. 

In de geschiedenis van Israël komt de woede van God tot een climax: de ballingschap van het Volk uit het Beloofde Land. Die ballingschap is – wat simpel gezegd – als de grote schoonmaak in het voorjaar. Vroeger werd in het voorjaar het hele huis schoongemaakt, van kelder tot zolder. Muren werden gesaust, de vloerbedekking kreeg een opknapbeurt, meubelen werden schoongemaakt, enzovoort. Na de schoonmaak betrok je als het ware opnieuw je huis, schoon en wel. Zo gaat ook God te werk met het huis van zijn Volk, het Beloofde Land. Het Volk gaat eruit en het land wordt van de grond af heropgebouwd. Het Volk ervaart dit als één groot drama. Ze vroegen zich af: wat heeft dit te betekenen? Het boek Kronieken geeft antwoord: hoe fouter het Volk, hoe strenger God moet optreden om het ten goede te keren! Gods woede is een passie om foute zaken ten goede te keren. 

Gods woede is als de woede van ouders voor hun kind. Die is niet bedoeld om het kind bang te maken (zo hoop ik) of waarmee ouders hun macht over het kind willen tonen. Het is een woede uit liefde voor het kind. Het kind overtrad de regels van de ouders en door hun woede moet het kind weer op het goede pad komen. Zo is het ook met God jegens de mens. Wij als Kerk ervaren dat nu met de misbruikschandalen. We gaan als Kerk door een diepe crisis. Vanuit Bijbels oogpunt kunnen we dit zien als een grote schoonmaak van God. De vuile was komt buiten te hangen. Een fijne periode? Nee, en zeker niet voor de slachtoffers. Maar het is goed dat het naar buiten komt, voor zowel de slachtoffers als de Kerk. Zo’n onrecht kon niet verholen blijven! God maakt schoon als we het zelf niet doen. 

Gods woede kan pijn doen, maar het is een passie om wat fout is ten goede te keren! Daarom duurde de ballingschap niet lang, want onder de Perzische koning Cyrus mag het Volk terugkeren en de Tempel herbouwen. Het is Gods passie om, steeds weer opnieuw, de zaken ten goede te keren. Dat krijgt zijn hoogtepunt in Jezus, zoals we vandaag horen: “Zozeer heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.” (Joh. 3,16). Als je Gods woede ervaart in je leven, wees dan niet bang! God helpt je om je leven ten goede te keren. Dat kan soms pijn doen, zoals jodium kan bijten in een wond. God heeft passie voor iedere mens in alle omstandigheden! Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top