Kerstpreek 2017

Onlangs waren we met het bisdom op bedevaart in Rome. Verschillende van u zijn mee op reis geweest, anderen hebben er ongetwijfeld over gehoord en gelezen. We hebben daar vooral religieuze plekken bezocht, want dat doe je als je op bedevaart gaat. De grote basilieken: st Pieter natuurlijk, st Jan van Lateranen, de kathedraal van Rome, het mooie kerkje van st Maria in Trastevere, een van de oudste kerken van Rome, en natuurlijk de st Lorenzo, waar de relieken van de heilige Laurentius bewaard worden, de patroonheilige van ons bisdom. Maar ook andere plaatsen dan kerken stonden op het programma. Bijzonder indrukwekkend zijn de catacomben, waar de eerste christenen begraven werd die de marteldood gestorven waren. En zo kan ik nog wel even doorgaan. We hebben tijdens deze reis ons geloof gevoed, de onderlinge band versterkt en gebouwd aan het netwerk van liefde, zoals onze bisschop dat zo mooi zegt.

Een plek die we níet hebben bezocht tijdens deze reis is het Ara pacis. Letterlijk vertaald betekent dit ‘altaar van de vrede’. Deze plek heeft veel te maken met iemand over wie we vandaag in het evangelie horen: keizer Augustus. Het altaar van de vrede werd door hem - en voor hem - opgericht nadat hij de vrede in het Romeinse rijk hersteld had. De Romeinen die lang gewend waren geweest aan opstanden binnen het rijk, en aanvallen van buiten, konden eindelijk opgelucht ademhalen, minstens tijdelijk. Het was ook om deze reden dat de keizer zijn naam ‘Augustus’ verkreeg. Hij heette immers zelf Octavianus, maar hij kreeg de naam ‘Augustus’ als een soort eretitel. Het betekent ‘de Verhevene’. De keizer had, zo rond het jaar 25 voor Christus een haast goddelijke status verworven. Sterker nog, de keizers na Augustus werden steeds vaker als ‘Dominus et Deus’, als Heer en God, vereerd. In de ogen van de mensen waren zij een soort halfgoden, was het niet tijdens hun leven, danwel na hun dood.

Keizer Augustus nu, over wie wij horen in het evangelie had de vrede in het Romeinse rijk hersteld. Hoe had hij dit gedaan? Gezegd moet worden dat hij dit in de meeste gevallen niet bepaald op een zachtzinnige wijze had gedaan. Ja, van keizer Augustus is bekend dat hij ook over diplomatieke gaven beschikte, maar ook deze keizer schuwde het geweld en de oorlog niet. De vrede die hij had bewerkstelligd was dus een afgedwongen vrede. En een vrede die letterlijk voortdurend bevochten moest worden. Ook in latere tijden, tot en met de onze, is men een dergelijke vrede niet voor niets ‘pax Romana’ gaan noemen: Romeinse vrede.

Ik denk dat we dat wel herkennen, ook voor onze tijd. Op nogal wat plekken in de wereld wordt vrede afgedwongen door de troepen van de VN of van coalities van bepaalde landen. Ik denk bij voorbeeld aan het conflict tussen Noord- en Zuid-Korea. Maar ook binnen nogal wat landen zelf moet de politie of soms zelfs het leger eraan te pas komen om strijdende groepen uit elkaar te houden. Zelfs in Nederland zien we dit soms gebeuren. Blijkbaar kunnen we niet zonder de inzet van geweld om geweld te onderdrukken. Aan de ene kant is het dus goed dat overheden er zich voor inzetten dat vrede gehandhaafd blijft doordat nationaal en internationaal er troepen beschikbaar gemaakt worden. Anderzijds blijft het toch de vraag of de uiteindelijke vrede waar we als mens allemaal naar streven gerealiseerd kan worden met geweld. Immers, als er in de harten van de mensen, als er in onze harten geen vrede is, hoe kan deze dan ooit écht tot stand komen in de wereld die uit mensen, die uit ons bestaat?

Het is misschien wel goed om hier niet te snel naar anderen te wijzen. Alsof wat ik hier zeg vooral over anderen gaat. Ik denk immers dat we als mensen allemaal wel, in meer of mindere mate onvrede in ons hart ervaren, minstens onrust. Deze kan door van alles veroorzaakt worden. Vaak is onrust veroorzaakt door teleurgestelde verwachtingen. Die onrust heet dan teleurstelling of zelfs frustratie. Dikwijls wordt onze onrust veroorzaakt door iets dat andere mensen mij aandoen. Die onrust heet dan boosheid of zelfs agressie. Nogal eens wordt onze onrust veroorzaakt door iets dat ik fout gedaan heb. Die onrust heet dan schuldgevoel. Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan. Vaak kroppen we dit soort gevoelens op, en als we erover spreken is dat nog zelden op vulkanische wijze. Dan hebben we er te lang mee gezeten. Vaak worden andere mensen daar dan ook weer direct of indirect het slachtoffer van. En zo vertaalt mijn persoonlijke onvrede zich naar andere mensen buiten mee. Oorlog begint in het hart, zei Nietzsche al.

Vandaag horen we in het evangelie de engel tegen de herders zeggen: “Heden is u een redder geboren”. En blijkbaar is dit een reden tot vreugde: bij de engelen en bij de herders. Ik vermoed dat nogal wat mensen de vraag hebben: waar moet ik dan van gered worden? Welnu, ik denk dat de onvrede waar ik zojuist over sprak iets is waar de Heer ons van zou willen verlossen en in die zin ons redden van een gemoedstoestand, een situatie die ons en anderen niet gelukkiger maakt. Integendeel. Maar hoe gaat die verlossing dan in zijn werk? Interessant vind ik in dit verband het woord van de engel: “En dit zal u een teken zijn: Gij zult een kind vinden, gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe”. De herders wordt een kind als teken gegeven.

Let wel: het zijn de herders die als eerste gevraagd worden, niet omdat zij vooral degenen zij die in onvrede leven, maar omdat zij wakker zijn, alert, omdat zij ’s nachts aan het waken zijn over hun kudde. In die zin zijn zij dus wel een voorbeeld voor ons, denkend aan de waakzaamheid waar de Heer ons tijdens de advent verschillende malen toe heeft opgeroepen. Deze herders mogen en moeten straks, als zij het kind aanschouwd hebben, getuigen van dit teken.

Een kind dus, dat wordt ons via de herders als teken gegeven. Wat zegt dit veel over onze God! Hij wordt mens, door op deze wereld te komen, niet met een leger dat zo sterk is dat in één klap alle onvrede omgebogen kan worden tot vrede. Nee, de vrede moet uit de mens zelf komen, deze moet worden opgewekt. En dat doet God door als een kind te verschijnen. En God weet dat een kind ons kan vertederen. Het kan ons de wapens uit de handen slaan omdat we het willen koesteren, vasthouden, beschermen. Maar God maakt ons ook duidelijk dat wij, als Hij zoals Hij daar ligt, zelf ook kinderen zijn. Ja, we zijn het ooit geweest – sommigen van ons zijn het nog – maar of je nu ouder bent, of jonger: in de ogen van God zijn en blijven we allemaal kind. Noemen we Hem immers niet Onze Vader, ook al is de nieuwe vertaling van het gebed nog niet bij iedereen even goed ingedaald?

Wat kunnen we genieten van de liefde van onze ouders voor ons, wat een pijn doet het als de liefde er niet of onvoldoende geweest is, wat is het bijzonder om zelf ouder te mogen zijn. Het is deze relatie die we kennen die door God gebruikt wordt en opnieuw met ons mensen wil aanhalen met het kerstfeest. En zo wil Hij onze redder zijn door ons steeds weer opnieuw te wijzen op zijn liefde voor ons. In deze liefde van God mogen wij de ware vrede vinden die niemand anders ons geven kan dan God alleen. Het is mijn diepste overtuiging. En het is de liefde waar we altijd weer een voorbeeld aan mogen en moeten nemen: zó moeten wij mensen elkaar blijkbaar liefhebben.

Hoe dan? Niet door altijd en alleen sterk te zijn, maar soms ook te durven zijn als een kind. Als een kind dat zich kwetsbaar en klein durft te uiten, niet alleen de mooie, maar ook de minder mooie gevoelens. Als een kind dat in staat is bovenal liefde te ontvángen, de liefde van God voor me zelf, voor mijn onrustige hart. Maar ook om deze dan op mijn beurt, rijkelijk, door te geven aan anderen. Zo gaat de menswording van God in deze wereld gewoon door. Die houdt niet op, en hoeft ook niet op te houden bij de stal, maar mag en moet in ons leven handen en voeten krijgen. En zo wordt dit altaar waar we straks mogen vieren een écht ‘ara pacis’ een ´écht altaar van de vrede. Niet dat van keizer Augustus om de afgedwongen vrede te vieren, maar de geschonken vrede, de ontvangen vrede, de gedeelde vrede. Een zalig kerstmis.

Pastoor Tjeerd Visser

scroll back to top