Preek 1e Kerstdag jaar B. Jezus’ geboorte als antwoord op ons verlangen naar God.

Laatst zag ik een kerststalletje met alles erop en eraan: herders, schapen, de os en de ezel, de drie koningen, Maria en Jozef, de engel… maar in het centrum van het stalletje trof ik niet het Kindje Jezus in de kribbe. Iemand had in de plaats van Jezus een Boeddha-beeldje gezet! Degene die dit had gedaan heeft er wellicht een grap mee willen uithalen. Of de persoon weet het verschil niet (meer) tussen Jezus en Boeddha. Dat zou mij niet verbazen. Ik hoor wel vaker dat er gezegd wordt: het komt toch allemaal op hetzelfde neer! Boeddha in de kerststal: ik vond het tekenend voor onze tijd én voor ons geloof.

Op veel plekken kom je Boeddha’s tegen: in tuincentra, in welness-centra en sauna’s, bij  mensen in huis en in tijdschriften. Je komt ze op de gekste plekken tegen. Laatst zag ik bij iemand op het toilet zo’n beeldje staan met een kaarsje erbij. En ik begrijp het ook wel. Als je in huis iets wil zetten dat appelleert aan het hogere of het hemelse, dan wordt eerder gekozen voor een rustende Boeddha dan voor een stervende Jezus aan het kruis. Een zittende of liggende Boeddha staat voor rust en inkeer, voor “even het moment pakken”.

Als het gaat om het geloof of het besef dat er meer is tussen hemel en aarde, dan kun je in de basis twee religieuze levenshoudingen onderscheiden. De eerste is die waarbij de mens streeft naar of wil opstijgen tot volmaaktheid en geluk. Dat is de filosofie van veel oosterse levenswijzen, zoals het boeddhisme, het confucianisme en het taoïsme. Het is een zeer geliefde levenswijze, gezien de vele Boeddha-beeldjes die je bij mensen in huis aantreft. Ik vraag me wel eens af of deze mensen ten volle beseffen en begrijpen waar het boeddhisme voor staat. Het komt in essentie neer op een leven van zelftuchtiging en zelfdiscipline, op het afleggen van begeerten. Je bereikt het volle geluk, de verlichting of ontwaking, wanneer je je begeertes de baas bent. Een Boeddha-beeldje wordt vaak geassocieerd met contemplatie, rust en geluk, maar het is een contemplatie, rust en geluk dat heel wat inspanning vraagt! De Boeddha heeft een lange, geestelijke weg afgelegd! Gaan zij die zo’n beeldje hebben ook die lange, geestelijke weg, vraag ik me wel eens af?

Boeddha in de kerststal: het christendom krijgt boeddhistische trekken. Hoe vaak hoor je een christen niet zeggen: Ik leef toch goed? Ik ben toch een goed mens? Wat moet ik nog meer doen? Veel christenen denken zo een staat van volmaaktheid te bereiken en de hemel te verdienen. Ze maken echter een denkfout. Het christendom leert namelijk dat wij onszelf niet aan onze kraag kunnen optillen naar volmaaktheid of tot de hemel. Je kunt jezelf niet uit een moeras trekken. Door zelf de volmaaktheid te bereiken (of denken te bereiken), bereik je een menselijke volmaaktheid, een volmaaktheid volgens je eigen maatstaven en voorwaarden. Dat is een volmaaktheid die bij lange na niet goddelijk is.

Het christendom is de weg die tegenovergesteld is aan de weg die ik zojuist beschreef. De christelijke volmaaktheid, het hemelse geluk, komt naar de mens toe. De mens antwoordt op het geluk dat naar hem en haar toekomt, in plaats van zelf het initiatief te nemen door ernaar op te stijgen. Veel christenen denken dat God overtuigd moet worden van onze goede bedoelingen, dat zijn liefde verdiend moet worden, dat je eerst in zijn gunst moet komen. Dan vergeten we het principe van genade: Gods liefde komt altijd eerst. Vanuit de mens bezien is het christelijke geloof een antwoord-geloof en geen initiatief-geloof.

God is vanuit zijn schepping aan iedere mens gelinkt. Dat roept in ieder mens een diep religieus verlangen op naar wat uiteindelijk waar, mooi en goed is. Augustinus bevestigt dat in zijn beroemde gebed: “We zijn naar U toe geschapen en onrustig is ons hart, totdat het rust vind in U.” Zo heeft ieder mens een hongerig hart. Luistert u naar de Top 2000? Dan hoort u dat verlangen terug, zoals bij Bruce Springsteen in “Hungry heart”; of U2 in “I still haven’t found what I’m looking for” of The Rolling Stones: “I can’t get no satisfaction”. Je kunt hierin een oppervlakkig verlangen naar liefde en seks horen, maar in mijn oren klinkt hierin een dieper, fundamenteel verlangen (sla de songteksten er maar op na).

Ik nodig u uit deze Kerst een moment voor uzelf te nemen om uzelf de vraag te stellen: wat is het dat ik ten diepste verlang in het leven? Als u daar een notie van heeft, dan zal u merken dat er een twee vraag in u opkomt: hoe bereik ik dat dan? Wat moet ik daarvoor doen? Vanuit christelijk perspectief hoeft u maar één ding te doen: u openen voor Gods genade en liefde. God biedt zichzelf aan in Christus. Daarom is het christelijke geloof een antwoord-geloof, úw antwoord. Ik ga u dat antwoord niet geven – dat moet u zelf doen – maar het laat zich raden. Dat antwoord vindt u te midden van de kerststal: Christus zelf, in wie God mens is geworden. Vanuit een positief antwoord komt u tot goede daden van liefde, een pro-menselijke inzet. De kerkvaders zeiden: Deus fit homo ut homo fieret Deus = God is mens geworden, opdat de mens God moge worden. We worden niet letterlijk God, maar we ontvangen Gods genade, zoals het vergeven van zonden en het eeuwig leven. Goddelijkheid, hemels geluk, wordt ons aangeboden, want Gods liefde komt altijd eerst! Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaklen Franck Baggen

scroll back to top