Preek 1e adventszondag jaar B. Jes. 63, 16-19 + 64, 3-8: gekneed worden door God

“Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak”. Kent u die uitdrukking? Dat is een gezegde dat zeer wel op mij van toepassing is. Als kind kon ik mij intens op iets verheugen, maar als ik het eenmaal had, dan was de vreugde altijd iets minder dan in de aanloop ertoe. Wellicht herkent u dat. Advent is een tijd die dit verlangen naar wat komen gaat probeert aan te spreken en aan te wakkeren. Hoewel we Christus altijd onder ons weten en Hij elke viering onze Gastheer is, is het goed om in aanloop naar Kerst dat gevoel van verwachting weer even te prikkelen. Zien wij elke zondag uit naar de Heer in Schrift en eucharistie? Of is het “business as usual”, de gewoonste zaak van de wereld?

Om die reden plaatst de Kerk ons in de eerste lezing terug in de tijd van de ballingschap van het Volk Israël. Het Volk was uit het Beloofde Land verbannen en dat Beloofde Land was met de grond gelijk gemaakt. Er was eigenlijk geen Beloofd Land meer. Het Volk was weer terug bij af: in een vreemd land, tussen vreemde goden, in een vreemde cultuur. Niets was hun meer eigen. Het was Egypte deel 2, zou je kunnen zeggen. Wat doe je in zo’n uitzichtloze situatie? Geef je het op? Ga je op in je omgeving? Pas je je aan en laat je alle hoop varen dat het ooit eens goed komt? Wel, een groot deel van het Volk deed dat. Ze legden zich bij hun lot neer. De profeet Jesaja neemt daar geen genoegen mee. Hij balt zijn vuisten naar de hemel en schreeuwt het uit van woede. Wellicht herkent u zichzelf daarin wanneer u gevangen zit in een ziekte, een lichamelijke of mentale handicap, in een uitzichtloze situatie als gevolg van een scheiding, een ruzie of een diepe financiële schuld. Dan klinken de woorden van Jesaja allicht bekend die hij tot God schreeuwt: “Scheur toch de hemel open en daal af!” (Jes. 63, 19). 

Jesaja biedt ons een beeldspraak die zeer treffend is voor de Advent, namelijk die van de leem en de boetseerder: “Wij zijn het leem, Gij de boetseerder. Wij zijn slechts het werk van uw handen” (Jes. 64, 7). Voor veel mensen is God nog slechts een afstandelijk idee, een ongewogen beweger, iets wat dit alles mogelijk gemaakt heeft, maar er niet meer naar omkijkt. Zo’n God kun je blijven aanroepen, die laat toch nooit iets van zich horen. Het beeld van Jesaja wil ons iets heel anders zeggen: God is juist voortdurend met ons bezig! Hij heeft ons als leem in de hand en is voortdurend aan het boetseren. Hij probeert ons telkens weer te vormen naar zijn beeld en gelijkenis, ook al hebben we dat niet in de gaten. Theologen noemen dat “creatio continua”: voortdurende schepping. 

Pottenbakkers onder ons kennen dat waarschijnlijk: klei of leem verzet zich, het wil niet meteen in de vorm gaan zitten die je wilt. Die bijzondere pot of vaas die je in gedachten hebt, die heb je niet in één beweging klaar. De klei lijkt zich te verzetten. Zo geldt dat ook voor ons: we verzetten ons, we laten ons niet zomaar in elke vorm kneden. Daarom is God voortdurend met ons bezig, met dat verschil: Hij geeft nooit op! Wat pottenbakkers ook weten – mijn broer doet het als hobby, vandaar dat ik er iets van weet – is dat klei een zekere vochtigheid nodig heeft om soepel te blijven. Als klei uitdroogt, dan wordt het kneden en vormen erg moeilijk. Het kan op een gegeven moment uit elkaar vallen of breken. Dat gebeurt ook met ons: als wij onze eigen plannen gaan trekken, als wij onszelf op de eerste plaats gaan zetten, dan wordt het voor God moeilijker om ons te boetseren. 

Veel mensen hebben het idee dat God met ons concurreert. God wil ons heiligen, kneden naar zijn beeld. Wij denken daar anders over, wij hebben God daarvoor niet nodig. Wij kneden onszelf wel, wij brengen onszelf wel in de vorm die we willen. Geen mens, geen God die dat voor mij bepaalt, zeggen veel mensen tegenwoordig. Wel, het gevaar daarvan is dat je als droge klei van de draaischijf valt. Dan val je uit Gods handen en breek je. Door God gekneed willen worden betekent dus een zekere overgave in vertrouwen. Laat dat nu precies zijn wat religie inhoudt: een overgave in vertrouwen. 

Advent is een oefening in overgave in vertrouwen. Probeer de vingers en duim van God te voelen in je leven, om te ervaren hoe Hij je kneedt en vormt. Advent nodigt je uit te onderzoeken waar je eigen weerstand zit als het gaat om je te laten boetseren. Is je leven vastgelopen? Betekent dit dat God gefaald heeft? Wel, het zou goed kunnen dat je zoveel weerstand hebt geboden, dat je als klei droog en broos bent geworden, zodat God opnieuw moest beginnen en je – geestelijk verstaan – even goed nat moest maken. Zie dat niet alsof God je verlaten heeft, maar zie daarin de God die niet opgeeft en opnieuw begint. Zo deed Hij dat met het Volk Israël, zo doet Hij dat vandaag ook met ieder van ons. Hij heeft het beste met je voor en wil je boetseren tot een heilige. Moge wij onszelf zo aan zijn genade en zorg durven toevertrouwen. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top