Preek 32e zondag door het jaar: Mat. 25, 1-13. Wees te allen tijde waakzaam.

De tweede lezing van vandaag is genomen uit de eerste brief van Paulus aan de christenen van Thessaloníki. Deze tekst is de oudste christelijke tekst die we hebben. Het is geschreven rond het jaar 50. Het is ouder dan de evangeliën en andere teksten van het Nieuwe Testament. In deze brief is Paulus nog helemaal vol van de openbaring die hij van Jezus heeft ontvangen, een openbaring die hem van christenvervolger tot christenapostel maakte. Hij getuigt in de brief van de verrijzenis, het kloppend hart van het christendom. 

De openbaring die Paulus ontving van de verrezen Jezus maakte op hem zo’n enorme indruk, dat hij dacht dat de tijd waarin hij leefde apocalyptisch was, dat wil zeggen: hij was ervan overtuigd dat de verrezen Jezus elk moment zou wederkeren. Wij hier, tweeduizend jaar later, weten wel beter. De Heer is nog steeds niet teruggekomen. Betekent dit dat de wederkomst van de Heer niet meer relevant is? Nee! Ik hoop dat ons verlangen naar zijn wederkomst nog steeds onverminderd groot is, ook al laat Hij op zich wachten. Paulus roept ons op om te blijven hopen, om te blijven uitzien naar de wederkomst van de Heer. 

Jezus leerde dat zijn toehoorders zelf ook. Dat horen we in het Evangelie aan de hand van de parabel over de domme en verstandige bruidsmeisjes. Een Joodse bruiloft in die tijd was gefocust op de bruidegom. Op vandaag is dat omgekeerd: de focus ligt volledig op de bruid. Wat heeft ze aan? Hoe ziet ze eruit? Er zijn zelfs televisieprogramma’s over bruiden die hun kleed uitkiezen. Als de bruidegom in spijkerbroek zou verschijnen, dan zou dat niet eens opvallen, denk ik weleens. In de tijd van Jezus was dat dus andersom. Ook werden Joodse huwelijken voltrokken na zonsondergang, zoals ook de sabbatsmaaltijd na zonsondergang wordt genuttigd. Daarom waren bruidsmeisjes met lampen noodzakelijk. Als het nacht was, dan was het stikdonder! Er was alleen licht van de maan en de sterren. Wanneer je dus een lange nacht voor de boeg had, dan zorgde je voor voldoende olie. 

De bruidegom laat op zich wachten. We weten niet waarom, net zo min als we weten waarom Jezus nog niet is teruggekomen. Het wachten duurt zó lang, dat de bruidsmeisjes in slaap vallen, de domme zowel als de verstandige. Maar dan is de bruidegom er opeens! De verstandige bruidsmeisjes hebben voldoende olie en kunnen hun lampen meteen gereed maken; de domme niet. De verstandige bruidsmeisjes halen zodoende op tijd het bruiloftsfeest; de domme niet. We kunnen deze parabel makkelijk naar onszelf vertalen. De bruidegom is Christus, de bruid zijn wij als Kerk. We zien hoopvol, en naar ik hoop met vreugde, uit naar de wederkomst van de Heer. Hij neemt ons immers mee naar een feest! Ik hoop dat we ook op een actieve manier wachten, zodat, wanneer het zover is, wij onze zaken op orde hebben (lees: voldoende olie hebben) en met Hem mee kunnen gaan. 

Waar staat de olie voor in deze parabel? Die staat voor een godsdienstig leven, een leven dat we met onze doop hebben ontvangen. En dat leven moeten we zelf in geestelijke conditie brengen… én houden! Veel ouders laten hun kind dopen en zeggen dan: zo, nu ben ik klaar, ik hoef niets meer te doen, ons kind is gered. Doop is in veel gevallen nog slechts een “rite-de-passage”, een uitgeholde traditie. Hoeveel gezinnen, waarvan wij de kinderen hebben gedoopt, zien wij daarna niet meer terug in de kerk? Doop is geen einde, maar een begin. Doop is een ticket voor de hemel, maar wel één die je moet activeren! 

Afgelopen week zag ik op het journaal vele tienermeisjes in een lange rij, de hele nacht door, half slapend, half wakend voor de kassa liggen om een kaartje te bemachtigen voor een concert van de Engelse popidool Harry Styles. Sommige meisjes lagen 60 uur vóór de opening van de kassa al op de stoep om als eerste een kaartje te kopen! Zij keken actief, met een kloppend hart en vol verlangen uit naar hun idool. Zijn dat domme meisjes? Ik denk van niet. Wij kunnen aan hen, geestelijk verstaan, een voorbeeld nemen. Want de olie gereed houden betekent: een actieve godsdienstige houding aannemen. Dat is een actief wachtende houding vol verlangen en met een kloppend hart. Dat is een leven van gebed, van Schriftlezing en Bijbelstudie, van het vieren van de sacramenten, van het betrachten van de naastenliefde, van het beoefenen van de werken van barmhartigheid, enzovoort. Zo’n leven leiden is de bruidegom afwachten met een lamp met voldoende olie. 

Als u gedoopt bent of u heeft uw kind laten dopen en u doet er vervolgens niets meer mee – u bidt niet meer, u leest de Bijbel niet meer, u viert de sacramenten niet meer, u betracht de naastenliefde niet meer, enzovoort – als dán de Heer verschijnt, dan bent u er, net als de domme bruidsmeisjes, niet klaar voor! U komt dan te laat voor het feest en dan staat u buiten aan de deur te bonken en hoort u door het luikje in de deur: ik ken u niet. Die deur blijft op slot. Voorkom dat! Let wel: de verstandige bruidsmeisjes gaven geen druppel van hun olie aan de domme bruidsmeisjes. Is dat egoïstisch? Nee, want hoe geef je een actief, doorleeft geloof aan een ander? Dat is alsof je aan een marathonloper vraagt: geef me iets van jouw conditie, want ik heb niet getraind en ik wil toch meelopen. Dat is onmogelijk. U moet uw geloof zélf activeren en in conditie houden, dat kan een ander niet voor u doen. Wees daarom waakzaam en zorg voor voldoende olie! Het kan nog als u daar nú voor kiest. Laat u niet verrassen wanneer de Heer plotseling verschijnt. Bidden wij dat God in zijn Heilige Geest ons daarbij steeds behulpzaam is. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top