Preek 31e zondag door het jaar: Mat. 23, 1-12. De weg wijzen vs. de weg gaan.

Kunt u zich nog de pronkzuchtige bisschop van het Duitse bisdom Limburg herinneren? Hij liet in 2013 voor 30 miljoen euro zijn ambtswoning tot een luxueus paleis verbouwen. Paus Franciscus riep hem tot de orde. Stel dat deze bisschop hier de mis zou lezen en zou komen preken, zou u dan komen? Ik hoop van wel, want de sacramenten die deze bisschop bedient, zijn nog steeds geldige sacramenten en zijn preken zijn nog steeds ons gehoor waard, mits ze trouw zijn aan de Schrift. Toch zijn er nog steeds mensen die de kerk links laten liggen, omdat de morele levenswandel van de kerkelijke leiders hun niet aanstaat. Zij gaan alleen naar de kerk wanneer de priester of bisschop in hun ogen een onberispelijke levenswandel heeft. Er zijn inderdaad religieuze leiders die je een morele richting wijzen, maar zelf die weg niet gaan. Laat dat geen excuus zijn om niet naar de kerk te gaan! Volg de weg die zij wijzen, ook al gaan zij zelf een geheel andere weg.

Religieuze leiders als deze bisschop zijn van alle tijden. In de tijd van Maarten Luther wemelde het ervan. Jezus had er ook mee te maken. We horen van Farizeeën en de Schriftgeleerden die pronken met hun status en aanzien en daar misbruik van maken. Jezus zegt: doe wat zij zeggen, maar volg hun voorbeeld niet na. Dit lijkt tegenstrijdig. Schriftgeleerden, hoe corrupt ook, zijn leraren van de Wet en in de mate dat zij deze Wet onderwijzen zijn ze onze aandacht waardig. Je moet hun corrupte houding niet gebruiken als excuus om niet naar hen te hoeven luisteren, zegt Jezus. Je loopt altijd het risico, dat wanneer je naar religieuze leiders kijkt (bisschoppen, pastoors, predikanten) en je ziet hun menselijke zwakheden – zoals hun zucht naar macht en status of hun hang naar pracht en praal – dat je geneigd bent om te zeggen: dan hoef ik ook niet naar hun te luisteren.

Ik neem u even mee terug naar de vierde eeuw van onze jaartelling. Toen de Romeinse keizer Constantijn de Grote de christenen godsdienstvrijheid gaf, was er een generatie die de christenvervolging nog had meegemaakt. Zij werden door marteling gedwongen hun geloof af te zweren. Velen deden dat niet en hebben dat met de dood moeten bekopen. Zij werden na hun dood als heiligen vereerd. Er waren echter ook geestelijke leiders die zich overgaven. Veel van deze “lafaards” of afvalligen keerden, toen de vervolgingen waren gestopt, naar de kerk terug. De vraag was: zijn ze nog welkom? Er was een groep (de donatisten) die zeiden: ook al tonen ze berouw, ze zijn niet meer welkom, want wij willen geen kerk van afvalligen, maar van heiligen. Alleen zij die, ondanks de folteringen, hun geloof hebben behouden, zijn welkom en mogen en de sacramenten bedienen. De sacramenten die de afvalligen bedienen zijn ongeldig en hun preken zijn vals, zeiden ze.

Augustinus kwam hiertegen in verzet. Hij zei: zelfs een laffe of corrupte priester is nog steeds een priester. De sacramenten die zo’n priester bedient, blijven geldig en diens preken geoorloofd, mits ze trouw zijn aan de Schrift (een norm die ook geldt voor “goede” priesters). Augustinus wijst op het principe dat de genade van God, de werkende kracht in elk sacrament, niet afhankelijk is van de morele status van de dienstdoende priester. Elke priester, hoe corrupt ook, handelt “in persona Christi”. Dat betekent dat Christus in de sacramentele handeling van de priester aanwezig is en dat staat los van de morele levenswandel van die priester. God is niet afhankelijk van ons; wij zijn afhankelijk van Hem! Dat is het punt dat Jezus vandaag maakt en wat Augustinus nog eens benadrukt.

De enige norm die je in al deze kwesties kunt hanteren is de liefde: het goede willen voor de ander, omwille van de ander. Corruptie is misbruik maken van je positie om er zelf beter van te worden. Dan ben je niet uit op het goede willen voor de ander, maar voor jezelf. Dat is wat de Farizeeën en Schriftgeleerden deden: lasten op de schouders van anderen leggen om er zelf beter van te worden, om hun eigen ego op te krikken. Helaas wordt religie al te vaak gebruikt om het zwakke ego op te krikken, om gediend te worden in plaats van te dienen, voor het verkrijgen van aanzien, status en macht. Religie is echter niet bedoeld om te nemen en toe te eigenen (de basis van de zonde), maar om te geven en te delen. Religie is bedoeld om je ego deemoedig te maken in plaats van hoogmoedig.  

De fout die vele religieuze leiders maken is dat zij een bepaalde moraal voorhouden en dan weglopen. Goed religieus leiderschap betekent: een bepaalde levensweg wijzen, een bepaalde levenswijze verkondigen, om vervolgens mét de betrokkenen die weg te gaan. Dat is wat Jezus deed en doet. Hij is de weg naar de Vader en Hij gaat met ons die weg. Dat noemen we Heilige Geest. De Geest geleidt ons op de weg naar voltooiing en laat ons nooit in de steek. Ook religieuze leiders hebben die begeleiding hard nodig! Bidden wij daarom dat de Geest zijn Kerk leidt op de weg en waarheid die Jezus zelf is. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top