Preek 24e zondag in jaar A. Mat. 18, 21-35. Vergeven en vergeven worden.

Het Evangelie van vandaag gaat over één van de belangrijkste aspecten van ons christelijke geloof: vergeving. En zo belangrijk als het is, zo moeilijk is het ook. Vergeven worden voelt goed, maar vergeving schenken vaak minder. De lezing uit Jezus Sirach bevestigt dat: “Wrok en gramschap zijn iets afschuwelijks, alleen een zondaar blijft ermee lopen” (Sir. 27, 30). Daarin mogen wij onszelf herkennen. Wrok en gramschap (woede) vinden we afschuwelijk, maar er helemaal van verschoond blijven lukt ons vaak niet. In dezelfde lezing wordt duidelijk gemaakt dat Gods vergeving voor onze fouten direct verband houdt met onze vergeving van de fouten van anderen: “Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer voelen; de Heer zal zijn zonden nooit uit het oog verliezen” (Sir. 28, 1). 

Jezus borduurt hier met zijn parabel van de talenten op voort. Hij bevestigt daarmee de directe band die er bestaat tussen Gods vergeving aan ons en onze vergeving aan anderen. De sleutel tot het begrijpen hiervan ligt in de tweede lezing uit de Romeinenbrief van Paulus: “Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen” (Rom. 14, 7). Hiermee raken we het diepe fundament onder ons geestelijke leven, namelijk dat het leven niet om jou draait. Het leven dat je leidt is jouw leven, maar je staat er niet in het centrum van. “Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer”, zegt Paulus. Hij zegt niet: leven wij voor onszelf en sterven wij voor onszelf. In de Galatenbrief zegt hij hetzelfde in andere woorden: “Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij” (Gal. 2, 20). In Psalm 100 (vers 3) staat het nog concreter: “Hij schiep ons, Hem behoren wij toe”. De huidige tijdgeest is zó tegenovergesteld aan dit Bijbelse principe. Op vandaag hoor je alleen maar: het draait om mij, ik sta in het middelpunt, alles is van en voor mij. Bijbels gezien houdt dat geen stand. Tegenover God kun je niets als het jouwe claimen. 

Als je dit diep in jezelf laat doordringen, dan zal je merken dat je in staat bent om te vergeven. Dan ontdek je de rijkdom ervan. Vergeving schenken lukt niet als je jezelf in het centrum plaatst en zegt: het draait om mij en mij alleen, ik wil in het leven zoveel mogelijk nemen, opeisen en toe-eigenen. Wanneer je beseft dat het leven niet om jou draait, maar dat het leven jou gegeven is, dan komt je alles als een gave toe, jou door God uit liefde geschonken. Als je zó kunt leven, dan is vergeving mogelijk, want dan ben je bevrijdt van de beknelling van wrok, gramschap of haat. Daar sta je dan ver boven en leef je onder God en met God. Daarom legt de Bijbel een direct verband tussen Gods vergeving aan jou en jouw vergeving aan anderen. Je leven draait nu eenmaal niet om jou.

De traditie van de woestijnvaders, de eerste monniken uit de 3e en 4e eeuw, vertelt ons een verhaal wat dit illustreert. Een monnik woont in afzondering niet ver van een dorp. In dat dorp raakt een jonge vrouw zwanger. Ze schaamt zich voor de ware toedracht en wil niet dat het bekend wordt. Daarom beschuldigt ze de monnik van verkrachting. Het dorp is in rep en roer en verklaart de monnik schuldig. Als straf moet hij voor het kind zorgen en het opvoeden. De monnik stelt zich nederig op en neemt het kind onder zijn hoede. Hij ontpopt zich als een liefhebbende stiefvader die oprecht van het kind houdt. Tien jaar later gaat de moeder naar de monnik en ze geeft toe dat hij onschuldig is. Hij vergeeft het haar. Vervolgens claimt de moeder haar kind terug. Tien jaar lang heeft de monnik voor dit kind gezorgd en zijn oprechte liefde gegeven! Toch geeft hij het kind aan de moeder terug. 

Hoe vaak moet je vergeven, vraagt Petrus. Zeven keer? Nee, zegt Jezus, 70 x 7 keer! Dat is dus precies 490 keer. Wil je exact 490 keer vergeven, dan moet je een administratie bijhouden, want anders raak je de tel kwijt. En dat is nu precies wat Jezus wil: dat je de tel kwijtraakt! Met andere woorden: je moet altijd vergeven! Ook als het onrechtvaardig is? Yep. Ook als het oneerlijk is? Yep. We moeten zó vaak vergeven dat we de tel ervan kwijtraken. Waarom kon deze monnik zo’n onrecht vergeven? Omdat hij wist dat zijn leven niet om hem draait. Hij was in staat om te vergeven, omdat hij niet aan zichzelf, maar aan God toebehoort. Vergeving kan pas beginnen wanneer je jezelf uit het middelpunt plaatst. 

Hoe doe je dat? Wel, ga op de eerste plaats eens na hoe vaak en bij wie je zelf in de fout bent gegaan. Niemand is volmaakt, dus er valt altijd iets te overdenken. Een goed moment daarvoor is de schuldbelijdenis aan het begin van elke viering. Gebruik dat moment niet om je boodschappenlijstje, maar om je eigen fouten te overdenken. Dat kan ook in het Onze Vader, waar je de koppeling tussen vergeven en vergeven worden telkens weer tegenkomt: “vergeef ons onze schulden, zoals wij vergeven aan onze schuldenaren”. Wat ook helpt is het sacrament van boete en verzoening (de biecht). Het lucht op om je fouten te belijden en God om vergeving te vragen. Zoek de genade van God! Wacht ook niet te lang met vergeven. Paulus zegt: “De zon mag niet ondergaan over uw toorn, geef de duivel geen kans!” (Ef. 4, 26-27). Laat over vergeving geen gras groeien, want anders gaat het zweren en tast het je ziel aan. Ik had laatst een uitvaart waar de pijn voelbaar was van iets wat dertig jaar geleden was gebeurd en wat de overledene nog steeds werd nagedragen. Daar was geen vergeving meer mogelijk, want het had zich diep in de zielen van de familieleden verankerd. Tot slot, zet vergeving om in een concrete daad. Laat het niet slechts een gedachte zijn. Stap op die persoon af, stuur een kaartje of een berichtje, steek een kaars voor hem of haar op. Dit alles vraagt oefening en geduld. Gun jezelf dat. Het lucht op! En ga je vergevingsgezindheid niet tellen, maar zorg dat je de tel ervan kwijtraakt. Moge God ons daarin behulpzaam zijn. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top