Preek 23e zondag in jaar A. Mat. 18, 15-20. Kritiek als hulp voor jezelf en de naaste.

De lezingen van vandaag hebben een sociologisch karakter. Geloven betekent: treden in een driehoeksrelatie van God, jezelf en je naaste. De lezingen van vandaag gaan over de relatie tussen jezelf en je naaste. Hoe gaan wij om met elkaar? Vooral: hoe gaan wij om met kritiek? Ouderen hebben het misschien niet zo in de gaten, maar jongeren leven in een wereld – met alle social media, zoals Facebook en Instagram – waarin veel kritiek wordt geuit en oordelen worden geveld. Pesten op school en op het werk is aan de orde van de dag! Je moet sterk in je schoenen staan om dat te weerstaan. Voor velen voelt kritiek al snel als een oordeel. “Wie ben jij om te oordelen?”, hoor je dan. En als er geen kritiek wordt geuit in woorden, dan toch zeker in de vele afkeurende blikken. 

Bewust en onbewust zijn we zeer kritisch naar elkaar. Echter, kritiek ontvangen vinden we minder leuk. In de Bijbel is dat niet anders. De profeten, die Gods woord spreken, uiten met grote regelmaat kritiek op de manier van leven van Israël. Dat wordt ze niet altijd in dank afgenomen. De Bijbel gaat in tegen de moderne opvatting dat iedereen zelf maar moet weten wat goed is. De Bijbelse visie op de mens is niet die van: we zijn allemaal geïsoleerde individuen, ieder staat op zichzelf, de mens als eiland. Nee, de Bijbel leert ons: we zijn allemaal lid van een gemeenschap. We zijn allemaal onderdeel van een geestelijk organisme dat we Volk of Kerk noemen. Je kunt je niet terugtrekken in je schulp en zeggen: de ander zoekt het zelf maar uit. Vanuit ons doopsel zij we profeet als Ezechiël van wie we horen in de eerste lezing: geroepen tot broederlijke correctie als het nodig is. 

Als kopje boven het evangelie van vandaag staat in de Willibrord-Bijbel (1975): “de broederlijke vermaning”. Hoe doen we dat, elkaar broederlijk vermanen? Jezus geeft ons advies: “Wanneer uw broeder [of zuster] gezondigd heeft, wijs hem [of haar] dan onder vier ogen terecht” (v. 15). Hoe vaak doen we dat? Wellicht niet zo vaak. We zijn veeleer geneigd om het iedereen te vertellen, behalve de betrokkene zelf. Op social media is het aan de orde van de dag. Deze wijze van kritiek uiten dient geen enkel doel en doet eerder kwaad dan goed. De persoon die je bekritiseert wordt er niet mee geholpen. In feite ben je alleen maar bezig je eigen ego op te kloppen. Op de betreffende persoon afstappen en hem of haar onder vier ogen spreken is de enige juiste manier. Het is de enige productieve en tevens ook geestelijk verrijkende manier voor jezelf én voor de ander. Je maakt dan namelijk werk van de liefde die God is. Liefde is, ik heb het al vaker gezegd: het goede willen vóór de ander, omwille ván de ander. Iemand recht in de ogen zien vraagt soms durf en moed, maar het is de enige juiste, liefdevolle, opbouwende manier. 

Wat als dit niet werkt? Wat als degene die je spreekt niet wil luisteren of in de aanval gaat of je simpelweg uitlacht? Wat dan? Wel, houd dan greep op jezelf en laat je niet verlagen tot het niveau van roddelen en kwaadspreken. Jezus is ook hier weer een hemelse adviseur: betrek één of twee anderen in het gesprek. Dit heeft iets weg van het 12-stappenplan dat wordt gebruikt bij behandeling van een verslaving. In dit plan worden ook anderen betrokken in de bestrijding van de verslaving. Interventie heet dat. Voorwaarde is dat die anderen het beste met je voor hebben. Ze moeten je willen helpen. Zo wilt Jezus het ook: het is bedoeld om de ander te helpen en niet om een ander te benadelen. 

Als dat niet helpt, zegt Jezus, breng het dan naar de kerk. Hiermee zegt Jezus niet: hang het aan de grote klok. In het Grieks staat er: ekklesia. Dat betekent letterlijk: vergadering, samenkomst. Je zou het kunnen zien als het pastorale team of een aantal betrokken parochianen. Jezus schaalt steeds een stukje op, zoals je ziet. Je gaat eerst naar de betrokkene zelf; als dat niet helpt betrek je er een paar goedwillende naasten erbij; en als dat ook niet helpt, ga je naar de kerk, enz. Als dát alles niet helpt, zegt Jezus, beschouw hem of haar dan als een heiden of tollenaar. Dit moeten we goed begrijpen: dat is niet bedoeld als afwijzing! Integendeel, Jezus zegt hiermee: bid voor deze persoon, leg het bij God neer. We weten allemaal hoe Jezus omging met heidenen en tollenaars: Hij trad hen met respect en met liefde tegemoet. Hij riep zelfs één van hen tot zijn leerlingen (Mattheüs de tollenaar). Jezus wilt tollenaars en zondaars bij God brengen. Daarom zegt Hij: “Waar twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden” (v. 20). Wat doen we steeds als we in zijn Naam samenkomen en waarvan we geloven dat Hij in ons midden is (zoals nu ook weer)? We bidden! We bidden voor iedere zondaar, en daarmee ook voor onszelf, dat Jezus ons bij God brengt. Als je iemand bekritiseert, laat dat dan steeds zijn vanuit liefde. Laat het zo zijn dat je de ander wilt helpen om een beter mens te worden met de hulp van God. Je wordt er zelf ook beter van! Als je kritiek hebt waarmee je de ander niet helpt of wilt kleineren, zwijg dan. Moge God ons daartoe de kracht geven. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top