Preek 17e zondag in jaar A. Mat. 14, 44-46. Gods liefde als een schat en een parel.

We zitten, wat betreft de lezingen uit het Evangelie, in de tijd van de parabels. Jezus spreekt over het Koninkrijk van God in de vorm van gelijkenissen. In de negen verzen die we vandaag lezen staan maar liefst vier gelijkenissen. Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat in een akker, op een koopman op zoek naar parels, op een sleepnet dat in zee wordt geworpen én op een huisvader die uit zijn schat oud en nieuw tevoorschijn haalt. In deze preek beperk ik mij tot de eerste twee parabels van de schat en de parel.

De gelijkenis over een schat die ontdekt wordt, spreekt tot de verbeelding. We kennen allemaal wel de piratenverhalen over Schateiland, die overigens nog steeds populair zijn, gezien de films The Pirates of the Caribbean. Die verhalen tonen een romantisch beeld van een schat die grote rijkdom verschaft. De werkelijkheid was killer. Vroeger moest je, wanneer er oorlog dreigde, je kostbaarheden letterlijk in de grond verstoppen. Een kluis in een bank was er niet. Je begroef je bezittingen, in de hoop dat je ze later, wanneer de oorlog voorbij was, weer kon opgraven. Vaak lukte dat niet, omdat je gedood was in de oorlog of de plek niet meer kon terugvinden. De bezittingen werden dan later, bij toeval, door een boer of iemand anders ontdekt. Kunstschatten begraven voor een dreigende oorlog gebeurt trouwens nog steeds! Denk eens aan Aleppo in Syrië, een stad met veel Romeinse overblijfselen. Terreurgroep IS rukte op en van hen is bekend dat zij veel antieke beelden kort en klein slaan, want ze staan voor hen gelijk aan afgodenverering. In alle haast werd veel antieke kunst in de grond gestopt. Zoiets deden wij ook in ons land. In de oorlog, in 1942, werd De Nachtwacht van Rembrandt uit de lijst gehaald, opgerold en verborgen in de mergelgrotten bij Maastricht.

De tweede gelijkenis gaat over een parel, wat betreft waarde gelijk aan een schat. Wat is een parel? Dat begint met een klein korreltje zand dat een oester binnendringt. Dat korreltje zand irriteert de oester en de oester bouwt laagjes paarlemoer om het zandkorreltje heen om het in te kapselen. Het resultaat is een prachtige parel. Deze gelijkenis kan heel goed op een geestelijk manier vertaald worden. Veel bekeringen tot het christendom beginnen uit ergernis. Bekeerlingen ergerden zich aanvankelijk aan het geloof. Die ergernis liet hen niet los en ze probeerden het in te kapselen door er laagjes tegenargumenten omheen te bouwen. Het resultaat van dat hele proces is niet dat het geloof is weg geredeneerd, maar dat het tot een spreekwoordelijke parel is geworden: prachtig, kostbaar. Dan ziet men de schoonheid van het christelijke geloof en omarmt men het. Die parel wordt dan niet verstopt, maar juist openlijk getoond.

Of je het Koninkrijk van God nu min of meer bij toeval ontdekt als een schat in de grond of het dringt tot je door na een lang proces van weerstand en irritatie: het resultaat is dat je het wilt hebben en houden! Je hebt de schoonheid en de waarde van het geloof ontdekt en je geeft er bij wijze van spreken al je spaargeld aan uit. Ook dit moeten we geestelijk verstaan. Wanneer je dat bijzondere gevoel van genade en liefde ervaart die alleen van God kan komen, dan worden opeens heel veel aardse zaken irrelevant.

Zaken die op de eerste plaats stonden, zakken ver weg op de lijst van belangrijkheid. Iedereen die iets van een Godsbeleving of Godservaring heeft meegemaakt, zal zich hierin herkennen. Dat wil overigens niet zeggen dat zaken als je gezin, je beroep, je hobby’s, je vrienden, enzovoort, er niet meer toe doen. Die blijven natuurlijk belangrijk, maar ze staan niet meer op zichzelf, ze zijn geen doel meer in zichzelf. Ze komen allemaal te staan in het licht van Gods Koninkrijk. Dat is wat Jezus bedoelt met de huisvader, die uit zijn schat oud en nieuw haalt. Je oude leven is niet afgeschreven en het wordt evenmin volledig door het nieuwe vervangen. Je haalt uit je oude leven én uit je nieuwe leven wat goed is. De apostel Paulus putte na zijn bekering nog rijkelijk uit zijn oude leven. Op vergelijkbare wijze spreekt Jezus over de Wet van Mozes. Die Wet is door zijn komst niet verouderd of afgeschreven, maar is in Hem juist vervuld.

Wanneer je de schat van Gods genade en liefde ontdekt, dan wordt je oude leven niet opgeheven, maar vervuld. God is geen concurrent van de mens, waarvoor je plaats moet maken als Hij in je leven verschijnt. Hij is een God van geven, niet van nemen. Hij wil je leven een enorme dieptedimensie geven, waarin je niet meer de vergankelijkheid najaagt, maar de onvergankelijkheid. Bekering is een wijziging van prioriteiten. Gods liefde komt eerst en al het overige wordt je in je schoot geworpen, meer nog dan je voorheen kon krijgen. Moge God in zijn Geest ons die weg wijzen. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top