Preek Zondag van het Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus

Dit is een wat vreemde feestdag. We vieren het sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus. Doen we dat niet elke zondag wanneer we eucharistie vieren? Waarom dan nog eens dunnetjes over? Deze dag wil een belangrijk facet van de eucharistie belichten: de aanwezigheid van de Heer en dan vooral zijn zelfgave daarin. Deze feestdag is ontstaan in de Middeleeuwen en aan de basis ervan stonden een vrouw én een diaken!

De eucharistie wordt al vanaf het begin van het christendom gevierd als een maaltijd ter nagedachtenis aan het lijden, sterven en verrijzen van Christus, geheel conform zijn opdracht (Luc. 22, 19). Het model op basis waarvan de eucharistie wordt gevierd lag al vroeg vast, eigenlijk de vorm zoals we die nu nog kennen, met Schriftlezing, gebed en het breken en delen van het brood. Ook geloofde men vanaf het begin dat Christus zelf onder de tekenen van brood en wijn aanwezig is. Daaraan heeft men nooit getwijfeld. 

In het eerste millennium van het christendom stond in de eucharistie het aspect van gemeenschap voorop. De eucharistie was in de eerste plaats een gemeenschapsviering. Gaandeweg de Middeleeuwen ontstaat er echter een verwijdering tussen de voorganger en het volk. Het cultische aspect van het priesterschap wordt dan sterk benadrukt. We noemen dat de clericalisering van de liturgie, ofwel een overbeklemtoning van de liturgische en eucharistische taak van de priester. Simpel gezegd: de priester kwam centraal te staan, de aanwezigheid van het volk was secondair. Uit die tijd stamt ook de zogenaamde privé-mis: een eucharistieviering met en voor de priester, zonder andere aanwezigen. Het gemeenschapskarakter van de mis ging daardoor verloren.

Ik kom nu bij de vrouw en de diaken. Deze vrouw is Juliana van Cornillion (1192-1258). Cornillion was een klooster nabij Luik en zij was daar non. Zij pleitte ervoor dat de devotie voor het sacrament van de eucharistie een eigen feestdag zou krijgen: Sacramentsdag. Zij wilde het sacrament - en dus Christus - centraal stellen en niet de priester! Hierin vond zij een medestander in de persoon van Jacques Pantaléon (1195-1264), die toen aartsdiaken was van het bisdom Luik (een functie vergelijkbaar met de huidige functie van vicaris-generaal). Hij werd later gekozen tot paus Urbanus IV. En als paus heeft hij in 1264 het hoogfeest van Sacramentsdag officieel ingevoerd voor de gehele kerk. 

Vanaf die tijd stammen ook de vele sacramentsprocessies. Het sacrament van de eucharistie moest namelijk naar het volk, opdat iedereen het kan aanschouwen. Men wilde het gemeenschapskarakter weer op de voorgrond plaatsen. Die gemeenschap is niet alleen te vinden binnen de muren van het kerkgebouw, maar ook daarbuiten. Dat ook buiten de kerkmuren Christus aanwezig is, wordt gesymboliseerd door middel van de processie. Het in processie ronddragen van Gods aanwezigheid is overigens geen katholieke uitvinding. Dat deed het Joodse Volk al, wanneer zij de Ark van het Verbond ronddroegen. Zij deden dat zelfs in tijden van oorlog. De stad Jericho viel in handen van het Volk dankzij de Ark die zij zeven keer in processie rond de stad droegen (Joz. 6). Zo gaan wij niet met het sacrament om, maar het idee erachter is wel dezelfde: in gezamenlijkheid kracht putten uit de sacramentele aanwezigheid van de Heer.

Opvallend is dat na er na 1264 veel zogenaamde eucharistische wonderen gebeuren. Dit zijn wonderen die te maken hebben met het brood of de wijn van de eucharistie. Denk hierbij aan wijn, dat op het altaarkleed wordt gemorst en in bloed verandert (het Wonder van Bolsena; de Bloedwonderen van Boxmeer en Alkmaar), of de hostie die niet in het vuur verbrandt (het Mirakel van Amsterdam). Bij veel van deze wonderen draait het om de priester en dan vooral diens ongeloof in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus. Veel priesters geloofden immers meer in zichzelf dat in de aanwezigheid van de Heer. Deze wonderen hadden vooral tot doel om de priesters terug te brengen in het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het sacrament van de eucharistie. 

Waar draait het met Sacramentsdag in wezen om? We vieren het feit dat God zichzelf gegeven heeft in Christus. Zijn genade en zijn liefde is iets dat wij slechts met lege handen kunnen ontvangen en die wij niet kunnen verdienen en al helemaal niet kunnen toe-eigenen (de oerfout van Adam en Eva). De eucharistische gaven van brood en wijn willen ons daaraan herinneren. God is pure zelfgave. Er is geen grotere genade dan Hem te mogen ontvangen in de eucharistie, opdat ook wij een leven gaan leiden van geven in plaats van nemen. Moge Gods Geest ons daartoe steeds de kracht geven. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top