Preek 3e zondag na Pasen. Luc. 24, 13-35: aan tafel met de verrezen Heer.

We vieren de verrijzenis van Jezus uit de dood. Hij, die wij erkennen als de Messias, leeft! Als er in het Jodendom ten tijde van Jezus één bewijs was dat iemand niet de Messias kon zijn, dan was dat wel het feit dat zo’n Messias vermoord zou worden door de vijanden van Israël. Het hele idee van de Messias was namelijk dat deze zou afrekenen met de vijanden van Israël. De taak van de Messias was de vijand te verslaan om zo als soeverein vorst over Israël te regeren. Daarom: het beste bewijs dat iemand niet de Messias kon zijn, was zijn dood door de hand van de vijand. Dat zien we ook in de evangeliën: al zijn leerlingen laten Hem bij zijn kruisiging in de steek. Judas verraadt Hem, Petrus verloochent Hem en alle omstanders bij de kruisiging bespotten Hem. Zij zeggen allemaal: deze Jezus kan de Messias niet zijn, want Hij is gekruisigd door de Romeinen. Dat horen we ook van de twee mannen die Jezus ontmoetten op hun weg naar Emmaüs: “Wij leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen!” (v. 21).

Hoe is het dan mogelijk dat uit deze Jezus, uit deze door de vijanden van Israël gemartelde, vernederde en vermoorde Jezus, een wereldwijde Messiaanse gemeenschap heeft kunnen voortkomen, die bestaat tot op de dag van vandaag, tot en met hier en nu? Het enige antwoord dat je daarop kunt geven is: omdat Hij uit de doden is opgestaan. Misschien denkt u: dat zou ook kunnen om zijn wijsheid en zijn inzicht dat velen heeft geïnspireerd. Jezus is dan iemand als Gandhi, Martin Luther King, Nelson Mandela, etc. Deze mensen hebben toch ook velen geïnspireerd? Onder hen zijn er zelfs die de dood niet hebben geschuwd als het erop aan kwam, net als de apostelen. Wat is dan het verschil tussen deze personen en Jezus? Zij staan toch allemaal voor een goede zaak?

Dat klopt. Echter, al die grote namen, inclusief de grote spirituele leiders en profeten, zoals de Boeddha en de profeet Mohammed (met alle respect!), wezen nooit naar zichzelf. Zij wezen op de zaak waar voor zij stonden, zoals hun leer, hun bevrijding, hun verlichting of de openbaring die zij ontvingen. Zo niet bij Jezus. Jezus wijst niet op zijn leer, op zijn openbaringen of op zijn wijsheid; Hij wijst op zichzelf! Geen ander historisch figuur doet dat zozeer en zo consequent als Jezus: Ik ben de Goede Herder; Ik ben het levend Brood; Ik ben de weg, de waarheid en het leven; enz. Alles wat Hij doet en zegt hangt samen met wie Hij is. Zaak en persoon zijn bij Jezus niet te scheiden. Daarom stelt Hij de vraag: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?”. Die vraag hebben Gandhi, Mandela, de Boeddha, de profeet Mohammed en vele anderen nooit aan hun volgelingen gesteld. Jezus wijst op zichzelf en deze Jezus wordt vernederd en gekruisigd. Als Hij niet uit de dood zou zijn opgestaan, zou niet alleen Hijzelf, maar ook zijn leer, zijn wijsheid en zijn openbaring, alles wat met Hem samenhangt, in de dood en daarmee in de geschiedenis verdwijnen.

Terug naar het verhaal van de Emmaüsgangers. Zij ontmoeten de verrezen Jezus. Ze hebben dat (nog) niet in de gaten. Dat gebeurt pas als ze met Hem aan tafel gaan. Op het moment dat Jezus het brood breekt en deelt, gaan bij hen de ogen open. Hierin zit een echo naar de zondeval, want bij Adam en Eva gingen ook de ogen open, echter daarmee zagen zij dat ze naakt waren (Gen. 3, 7). Bij de Emmaüsgangers gaan ook de ogen open, maar nu ten goede: ze zien de ware Jezus, de Verrezene. Echter, op het moment dat zij het begrijpen, verdwijnt Jezus uit hun beeld. De vraag is: is Hij werkelijk verdwenen?

Nee, Hij is aanwezig in het gebroken Brood. Er is m.i. geen betere onderbouwing van de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus in het Brood dan deze. Hij is als geestelijk voedsel onder ons aanwezig, als Brood voor de ziel. Dat is alleen mogelijk door zijn verrijzenis. Er is geen Mandela-gemeenschap waarin het brood van Mandela wordt gebroken en gegeten. Ook moslims kennen geen geestelijke tafelgemeenschap. De beweging die is voortgekomen uit het geloof dat God zijn Zoon niet in de dood heeft nagelaten, maar Hem heeft doen opstaan, is een beweging die zijn fundament heeft rond de tafel, waarbij de verrezen Heer aanwezig is, zoals Hij ook aanwezig was bij de Emmaüsgangers.

De Kerk is in zijn diepste wezen een tafelgemeenschap. Wij vormen, met en door en in de verrezen Heer, één gemeenschap rond zijn tafel, een gemeenschap die de dimensies van tijd en ruimte overstijgt. Wij vieren zodoende de maaltijd in communio met hen die ons in de dood zijn voorgegaan. Dat is mogelijk, omdat de Messias wel degelijk een vijand heeft verslagen: de dood door de zonde. Er is naar mijn idee geen betere troost dan te mogen aanzitten aan die eucharistische tafel en te mogen delen van dat levende Brood. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top