Preek 3e zondag 40-dagentijd (jaar A). Joh. 4, 5-42. Dorst.

 

Dorst. Dat is een thema dat regelmatig terugkomt in de Bijbel. Denk bijvoorbeeld aan Psalm 42: “Mijn ziel lijdt dorst naar God, naar God die leven is”. Dorst is zo fundamenteel, niet alleen voor ons lichaam, dat zonder water niet kan bestaan, maar ook voor onze ziel. We horen het ook in de eerste lezing, waarin het Volk bij Mozes klaagt over de lange weg door de woestijn: “Waarom heb gij ons weggevoerd uit Egypte als wij toch met kinderen en vee van dorst moeten sterven?” (v. 3). Het Volk heeft dorst naar water, maar vooral naar sturing en de aanwezigheid van God te midden van de woestijn. We horen Jezus dat ook roepen, wanneer Hij aan het kruis hangt: “Ik heb dorst!” (Joh. 19, 28). Op het moment van zijn sterven heeft Hij dorst, dorst naar zijn Vader. Ik ervaar dat vaak bij stervenden, hoe zij verlangen om uit hun lijden te worden verlost en hoe zij dorsten naar de hemelse Vader.

Het thema dorst is ook de rode draad door het evangelie van vandaag. Jezus, op doortocht van Judea naar Galilea, komt bij een waterput om te drinken. Op dat moment komt er ook een vrouw naar de put. Deze vrouw belichaamt de hele Bijbelse traditie die spreekt van dorst naar God. Wie treft de vrouw bij de put? Jezus, de mens geworden God. En wat zegt Jezus? Geef Mij te drinken! De rollen lijken omgedraaid: God vraagt om water aan de mens. Hieruit blijkt dat God óók dorst naar ons. Waar doorheen de hele Bijbel de mens dorst heeft naar God, daar laat Jezus zien dat God ook dorst heeft naar de mens. Wat voor dorst heeft God dan? Dat is de dorst naar ons geloof in Hem. Zijn liefde doet Hem verlangen naar ons, om ons met Zich te verzoenen. Daar is Jezus voor gekomen.

Jezus zegt: van het water dat Ik je geef, zal je in eeuwigheid geen dorst krijgen. Je komt elke dag naar deze put voor water. Je drinkt, maar je krijgt er weer dorst van. Dan kom je weer drinken, enzovoort. Je raakt nooit verzadigd van dit water. Het water dat Jezus je geeft, verlost je van dit steeds weer dorsten en drinken. We moeten dit geestelijk verstaan! Wat geeft je in het leven echte voldoening? Er zijn mensen die zeggen: geld geeft mij echte voldoening. Echter, wanneer je er veel van drinkt, wil je meer. Je blijft drinken van de geldkraan. Weer anderen zeggen: seks. Seks is een serieuze verslaving op vandaag, vooral bij jonge mensen. Zij willen blijven drinken van de sekskraan. Zo zijn er vele bronnen waar mensen van blijven drinken, omdat het hun dorst niet lest. Ze hebben er nooit genoeg van. De Samaritaanse vrouw symboliseert al deze verlangens en behoeften. Jezus zegt: ik kan je van deze vermoeiende verlangens verlossen en je een bron geven die in je zit, namelijk God, die in je meest fundamentele behoefte voorziet: liefde.

Het verhaal krijgt nu een bijzondere wending. Jezus zegt tegen de vrouw: ga je man roepen. Deze vraag kom wat uit de lucht vallen, vind je niet? De vrouw antwoordt: ik heb geen man. Dan zegt Jezus: dat klopt, want vijf mannen heb je al gehad. Hoe weet Jezus dit? Liggen er bij die put soms roddelbladen, zoals in de wachtkamer van de tandarts? Je moet weten dat vrouwen in de tijd van Jezus geen maatschappelijke status hadden. Als vrouw stond je je hele leven onder voogdij: eerst onder je vader en later onder je echtgenoot. Zelfbeschikkingsrecht voor vrouwen bestond niet. Een man (hetzij je vader, hetzij je echtgenoot) bepaalde je doen en laten. De vraag van Jezus naar de man van de vrouw is eigenlijk de vraag naar wie het leven van deze vrouw bevoogd of bepaald.

Jezus vraagt in feite: wat is er dat sturing geeft aan je leven? Wie of wat bevoogdt jou in wat je doet en laat? De vrouw zegt: ik heb geen man. Met andere woorden: er is niets dat mijn leven bevoogdt. Dat is niet waar, zegt Jezus, je hebt namelijk al vijf mannen gehad en je huidige man is niet echt iemand die sturing geeft aan je leven. Let op: ook dit moeten we geestelijk verstaan! Augustinus geeft een interessante visie hierop: die vijf mannen staan voor de vijf zintuigen. De vrouw heeft zich laten leiden door wat zij ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft. Zij rent haar lichamelijke plezier achterna. Haar leven wordt bepaald door zintuigelijk genot. Hoe actueel is dit! Elk zintuigelijk of lichamelijk plezier zijn als het ware haar echtgenoten die haar leven bevoogden. Jezus zegt haar (én ons): laat Mij je echtgenoot zijn, laat Mij sturing geven aan je leven. Dat lijkt een aanzoek en dat is het ook, geestelijk verstaan! Wordt Jezus niet beschouwd als de bruidegom van de Kerk en daarmee van ieder van ons? Jezus zegt: laat Mij je geestelijke voogd zijn en je zult zelf een bron van water worden. Met andere woorden: dan ben je niet meer afhankelijk van nepbronnen die er alleen maar op uit zijn om je dorstig te houden. Jezus maakt je vrij ten leven! De glorie van God is de levende, vrije, in God geborgen mens!

Zodra de vrouw dit geestelijke aanzoek begrijpt, rent ze naar de stad om de Christus te verkondigen. Daarmee is zij de eerste evangeliste en geloofsverkondigster, lang voordat de discipelen dat gaan doen. Haar inzicht staat model voor ons, die zoeken naar wat onze geestelijke dorst kan lessen en sturing kan geven aan ons leven. Dat kan alleen Christus zijn. God wil ons niet vangen en opsluiten, maar ons bevrijden en doen leven. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top