Preek van de week

Hieronder treft u regelmatig een preek van een lid van het pastoraal team. Preken van voorgaande zondagen zijn te vinden in het archief. Wilt u de preek van de week volgens via RSS? Gebruik dan deze RSS link.

Preek 33e zondag door het jaar. Mat. 25, 14-30.

We weten dat Jozef, de stiefvader van Jezus, een timmerman was. Een beroep ging in die tijd van vader op zoon. We mogen dus aannemen dat Jezus ook het vak van timmerman heeft geleerd. Jozef en Jezus waren beide een “tekton”. Dat is het Griekse woord dat hiervoor wordt gebruikt. Je kunt het vertalen met timmerman, maar het betekent meer dan dat. Ambachtsman is wellicht een betere vertaling. Een tekton was een geschoolde werker die het vak had geleerd van een meester. In Romeinse steden kwam je veel tektons tegen. Zij werkten vaak in groepsverband, zoals bouwvakkers nu nog steeds doen. Aan het hoofd van een groep tektons stond een archè-tekton. Daar komt ons woord architect vandaan. Waarom vertel ik dit? Omdat een tekton iets van zakendoen moest weten. Het waren ZZP’ers avant-la-lettre en moesten vaak met werkgevers onderhandelen. We zien dit zakendoen terug in sommige parabels van Jezus. Voor veel parabels maakt Jezus gebruik van de wereld van veeteelt en landbouw, de branche waarin de meeste mensen van die tijd hun geld verdienden. Maar soms gebruikt Hij voor zijn parabels de wereld van het zakendoen, zoals we vandaag horen. Die wereld was Jezus, als tekton, niet vreemd.

Het gaat in de parabel om rendement op vermogen. Drie personen krijgen elk een aantal talenten, een bepaalde som geld. Twee van hen gaan het investeren, de derde stopt het in de grond. Als hun meester de talenten terugvraagt, krijgt hij van de eerste twee zijn talenten mét rendement terug. De meester vertrouwt hun daarop meer van zijn bezit toe. De derde geeft zijn talent terug zonder rendement. Hij was bang en heeft het in de grond gestopt. Als hij bij zijn meester komt, krijgt hij de wind van voren! Wat zegt deze parabel ons? Dat God een zakenman is? Wel, in de geestelijke zin van het woord zou je dat kunnen zeggen. God vraagt een zeker rendement van ons. Daarvoor haak ik aan bij mijn preek van vorige week over de domme en verstandige bruidsmeisjes. De domme hadden niet genoeg olie meegenomen voor hun lampen. Ik legde die olie uit als het godsdienstige leven – leven in dienst van God – dat we met de doop hebben ontvangen. De doop is een ticket voor de hemel, maar wél een die je moet activeren! Als je met dat ticket niets doet (je stopt het in de grond), dan verliest het zijn waarde. Een niet geactiveerd ticket geeft geen garantie op toegang tot de hemel. Immers, de domme bruidsmeisjes kwamen te laat voor het feest en vonden de deur op slot. Zo kreeg ook die ene persoon die zijn talent in de grond stopte geen vertrouwen van zijn meester en had hij geen recht op zijn bezit.

De vraag is dus: wat doen we met onze talenten? Wegstoppen of investeren? Het principe waarover Jezus spreekt is deze: je talenten, en daarmee je geloof en je godsdienstig leven, groeit in de mate waarin je het investeert in liefde! Wil je je geloof laten groeien? Verspreid het dan, investeer het! Wil je dat je geloof verstompt en wegkwijnt? Stop het dan in de grond. Als je zegt: ik durf mijn geloof niet met anderen te delen, mijn geloof is privé en dat gaat niemand iets aan, dan zal je geloof opdrogen en verdwijnen. Dat wordt je ticket voor de hemel niet geactiveerd en heeft het, als het zover is, geen waarde meer.

Om dit te illustreren heeft de kerk gekozen voor de bekende lezing uit het boek Spreuken over de sterke vrouw. Deze lezing is niet bedoeld om de vrouw onderdanig te maken aan de man, integendeel! Het beeld van de sterke vrouw wordt gebruikt om het principe dat ik zojuist heb toegelicht te onderstrepen. Wat maakt de vrouw die hier wordt beschreven zo sterk? Dat is de mate waarin zij haar talenten investeert, de mate waarin zij haar liefde weggeeft en deelt. Zaken als bevalligheid en schoonheid worden in de lezing als iets betrekkelijks voorgesteld, als iets dat niet beklijft. Dat zijn investeringen die slechts voor korte tijd renderen, maar op de langere termijn niets waard blijken te zijn. 

De Bijbel nodigt ons uit de investeren in het geloof. Investeren in het geloof komt erop neer dat je het weggeeft en deelt. Is dat eenvoudig? Nee. Daarom spreekt Jezus van investeren. Dat is moeilijk en heeft altijd een risico in zich. Ga in deze tijd maar eens over je geloof spreken, op je werk, op school, op je vereniging, enzovoort. De kans is aanwezig dat je niet serieus wordt genomen of dat je wordt aangekeken met een blik van: geloof jij nog? Laat dat echter geen reden zijn om je geloof weg te stoppen of te verzwijgen. Je hoeft geen prediker te zijn. “Laat het preken aan de pastoors”, zegt een tegeltje bij pastoor Tjeerd. Getuigen dat je een relatie met Christus hebt zit vaak in kleine dingen. Zeg bijvoorbeeld: “ik ben God dankbaar voor het goede nieuws van de dokter”. Of durf eens tegen een collega te zeggen: “Ik hoorde zondag in de preek iets bijzonders, namelijk…”. Je kunt bijvoorbeeld ook een kruisje dragen, of een rozenkrans om de achteruitkijkspiegel in je auto, of zo’n Maria-armbandje of een prentje van een heilige. Wat ook een manier is, is door even stil te zijn voordat je gaat eten, misschien maak je alleen even het kruisteken. Nogmaals, doe het bescheiden, ga niet de show stelen. Zo zijn er vele prikjes waarin je getuigt van je geloof. Misschien vraagt iemand: Wat doe je daar? Wie is die heilige? Ben je gelovig? Zo kan een mooi gesprek ontstaan over het geloof. Vraagt dat moed? Ja. Investeren is niet eenvoudig, maar het rendement is groter dan je denkt! Moge God ons daarin kracht, moed en vertrouwen schenken. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top