Preek van de week

Hieronder treft u regelmatig een preek van een lid van het pastoraal team. Preken van voorgaande zondagen zijn te vinden in het archief. Wilt u de preek van de week volgens via RSS? Gebruik dan deze RSS link.

Preek 4e zondag na Pasen (jaar B). Roepingenzondag. Over het celibaat.

De vierde zondag na Pasen staat elk jaar in het teken van roepingen. Dat heeft te maken met de lezing uit het Evangelie, waarin Jezus Zichzelf de goede herder noemt. En goede herders is wat de Kerk nodig heeft! Daarom heeft het Tweede Vaticaanse Concilie in 1963 de “Wereldgebedsdag voor roepingen” op deze zondag ingesteld. Aanvankelijk werd alleen gebeden voor priesterroepingen, maar nu vraagt de Kerk ook om te bidden voor roepingen tot het diaconaat, het religieuze leven en om roepingen tot het huwelijk. Want ook dit laatste is vandaag een roeping, vooral om je huwelijk je hele leven vol te houden.

Deze preek gaat over het celibaat. Kiezen voor een leven als priester of een leven als religieus betekent kiezen voor een celibataire levensstaat. Dat is een leven zonder een levenspartner en zonder een seksuele relatie. Als je gehuwd bent (diakens kunnen ook gehuwd zijn), dan deel je je leven met een partner waarmee je een seksuele relatie onderhoudt. Dat is een relatie die openstaat voor het ontvangen van kinderen. Waarom houdt de Kerk vast aan het celibaat voor priesters en religieuzen? Om een plechtig antwoord te geven: omdat het priesterschap en het religieuze leven zijn gericht op het hemelse. Het diaconaat en het gehuwde leven zijn gericht op het aardse. De diaken ontfermt zich over de noodlijdende medemens (de aardse zorg) en een gezond huwelijk kent ook een gezonde seksualiteit (het lichamelijke of “aardse” aspect van het huwelijk).

Voorop gesteld: de Kerk keurt het lichamelijke en het aardse niet af! Het katholicisme is niet gnostisch of dualistisch (waarbij het één tegenover het ander staat of het hemelse goed is en het aardse slecht). Het lichamelijke en het aardse is niet iets duivels of iets vies of zo. Het lichaam en al het aardse zijn Gods schepsels en het scheppingsverhaal leert dat deze goed zijn. Maar, en hier zit de nuance: de schepping is goed, maar het is niet God. Scheppen is scheiden, heb ik eens gezegd. God heeft de wereld geschapen én van Hem gescheiden. De schepping draagt Gods signatuur, maar is niet God zelf. Wanneer je het aardse, het geschapene, gaat aanbidden, kom je in de problemen. Daarom aanbidden wij geen heilige eiken, geen heilige bergen, geen heilige koeien, enzovoort. De schepping is een voertuig om tot God te komen – daarom is het goed – maar is niet God zelf! Het heil, onze uiteindelijke bestemming, ligt in de Schepper en niet in het geschapene.

Die dubbele houding – al het geschapene is goed, maar is niet God – zie je ook terug in het leven en de leer van de Kerk. Kijk eens naar die prachtige Middeleeuwse kathedralen, naar de schatten van de Vaticaanse musea, de rijkdom van de liturgie, enzovoort. In dat alles viert de Kerk de schoonheid van de schepping en de door God gegeven creativiteit van de mens. Tegelijkertijd eert de Kerk heiligen die al die rijkdom afzweren en zich richten op het hemelse, zoals Franciscus van Assisi. Die dubbele houding zien we ook terug in het celibaat en het huwelijk. Het huwelijk, met daarin de seksualiteit en al het mooie van het lichaam en het aardse zijn goed, ze zijn ons door God gegeven, maar ze zijn niet God zelf en dienen niet vergoddelijkt te worden. Daarom houdt de Kerk, naast het huwelijk, óók vast aan het celibaat, om te laten zien dat er ook nog een hogere, hemelse liefde is. Om die reden leert de Bijbel en de Kerk de deugd van onthouding. Het vasten, dat we beoefend hebben in de 40-dagentijd, is daarop gericht. Vasten is je realiseren dat aards genot – hoewel goed – niet God is. Al het aardse is vergankelijk. God is eeuwig.

Het celibaat wil dit benadrukken. God roept priesters en religieuzen als levende getuigen die ons eraan herinneren dat ons ultieme doel ligt in God en het hemelse en niet, hoe goed ook, in het lichamelijke en het aardse. Technisch gezegd: het celibaat is een eschatologisch teken (eschaton betekent “het laatste”). Het celibaat houdt de overtuiging levend dat “de wereld die wij zien voorbij gaat”, zoals Paulus het zegt (1 Kor. 7, 31). Veel buitenstaanders zien het celibaat als een tucht of een straf. Priesters en religieuzen ervaren dat zelf niet zo. Zij laten ons door hun levenswijze zien dat er een hemelse liefde is, de liefde die God zelf is, die groter is dan welk aards genot dan ook. Priesters en religieuzen leven, vergelijkbaar met gehuwden, óók in gemeenschap en onderhouden óók een intieme relatie, maar dat is een gemeenschap en een intimiteit die gericht is op God en het hemelse. Zij herinneren ons eraan dat ons een veel grotere, hemelse, goddelijke intimiteit staat te wachten, namelijk een volledige gemeenschap en intimiteit met God.

Zoals gezegd: het katholieke geloof is niet dualistisch. Het aardse is goed en dat moeten we zo houden. Om die reden vraagt de Kerk ook te bidden voor diakenroepingen en voor mannen en vrouwen die het aandurven elkaar voor het leven trouw te blijven in het huwelijk. We hebben immers ook een zorgplicht en een verantwoordelijkheid in het hier en nu, in en voor de schepping en al het geschapene. Diakens en gehuwden zijn geroepen om daarvan te getuigen. Zo vullen priesters en religieuzen enerzijds, en diakens en gehuwden anderzijds elkaar aan en hebben zij allen deel aan het ene goede herderschap van Christus. Uw gebed wordt voor hen allen gevraagd. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top